Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 80

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 80

memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld

2 minuten leestijd

.

78

Één vraag echter. Staat dit daarom met het verleden van 1834 tot 1869 gelijk? De Kerkeraad gelooft het niet. Toen wendde men voor «gelijk recht voor alle richtingen te HULDIGEN,"

en sloot, in

strijd

hiermee, de orthodoxe richting schier

uit.

Men beweerde

liberaal

te zijn

en

was

het niet.

De banier «gelijk recht voor allen" werd omhoog gehouden, maar decenniënlang door het kleingeestigst exclusivisme bezoedeld.

Er was roemen

in

een beginsel, dat

men

feitelijk

verloochenen

dorst. »

Woord" en »daad" waren

Thans

in

strijd!

niet alzoo.

De Kerkeraad na 1869 nam geen oogenblik de

bedriegelijke leus

der gelijkheid op de lippen. Van zijn eerste optreden af heeft hij het rond en open uitgesproken, dat het beginsel van «gelijk recht voor alle richtingen" op kerkelijk gebied, door hem als innerlijk onwaar en onhoudbaar werd verworpen. Luide, voor elk die hooren wilde, heeft hij schier in elk actestuk, dat van hem uitging, zijn beslist voornemen onverbloemd en onverholen ter kennisse der Gemeente gebracht, om de historische lijn onzer Kerk weer op te nemen, en de «positieve belijdenis van

den Christus naar de Schrift"

tot richtsnoer zijner besluiten te

kiezen.

De Kerkeraad van 1869 heeft gedaan «Woord en daad'' was bij hem één.

gelijk hij

gesproken had.

Hij heeft het beginsel van het positieve Christendom beleden, en naar dat beginsel gehandeld. Dit beginsel niet te deelen, staat ieder vrij, maar wat niemand toekomt is, een Kerkeraad die dit beginsel openlijk aanvaard heeft, het recht tot zijn doorvoering te betwisten zoolang hem de macht

hiertoe in

handen

is.

Zelfs van het standpunt van Adressanten kan dit recht den Kerkeraad niet worden betwist. Hij voor zich leidt zijne roeping tot deze plichtsbetrachting niet uitsluitend af uit het stemrecht der Gemeente, maar ontleent die veelmeer en allereerst aan het «Reglement der Reglementen," gelijk Ds. Bruinier den Bijbel noemde, en dus aan het Woord van dien Christus, wien alleen de Majesteit en daarmee het Souvereine recht in zijn Gemeente toekomt. Op het standpunt daarentegen, waaruit Adressanten spreken, heeft uitsluitend de feitelijke Kerkorganisatie afgescheiden van haar goddelijk uitgangspunt en haar historisch beginsel, over recht in de Ge,

meente

te beslissen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872

Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's

Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 80

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872

Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's