Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 27
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
:
Alleen de nood
der Gemeente noopl hen tot spreken
„Maar nu het uwe rust ea uwen vrede, de dierbaarste en heiligste behxngeu der Gemeente zou kunuen gelden, nu mogen wij voor een zoo talrijke schare niet langer zwijgen." ^)
hun
» onbezonnen lieden, die niet bedenken geen redenen baten ;'^ hun leiders zijn «onrustige ijveraars", die » wanorde en onlusten stichten;'^ het oogstveld die den weg is der afscheiding geboden in » die vele ongeoefenden der zaligheid niet kennende, bij een ontwakend geweten en behoefte aan godsdienst (sic) zich laten misleiden door woorden en klanken,'^ ))en uil gebrek aan doorzigt aan allerlei inblazingen het oorleenen." ~) Encycliek toont een volstrekte afwezigheid van Lezini^- van deze inzicht in den aard der beweging, die in gang is. Alleen uit » mislei-
De afgescheidenen
wat
zij
doen
en
zijn
tegen wie
,
,
ongeoefendheid," «inblazing," zoekt ze het zonderling verschijnzich opdoet, te verklaren. Gemoedelijke bedoeling om eenheid en orde te bewaren is de hoogste toon, dien ze weet te treffen. En komt het op keuze van geneesmiddel aan, dan grijpt men, volkomen ter goeder trouw, naar het krachteloos panacé, waarvan men wonderen wacht: t. w. de oplossing van alle belijdenisverschil in zoo omtreklooze formule, dat voor het feit der bekeering geen definitie rest, dan » ontwaakt geweten en ontstane behoefte aan godsdienst." Toch viel het zeer in den smaak des Kerkeraads! Althans in zijne vergadering van 18 t^ebruari 1836 diende het presbyterie een door ^7 ouderlingen onderteekende memorie in, ^) waarbij heeren predikanten verklaard werd, dat bedoelde Herderlijke brief «aller goedkeuring in hooge mate wegdroeg." Men achtte het » een overtuigend bewijs van de volkomen eensgezindheid onder de Leeraren dezer gemeente," en verheugde zich vooral dat aanleiding was gegeven: «Om van ons allerheiligst geloof een zoo kernachtige (sic) belijdenis, af te leggen." Zelfs verlangden Ouderlingen dat hunne memorie in het kerkeraadsarchief zou gedeponeerd worden als «een duurzaam bewijs, dat Predikanten en Oudeilingen dezer Gemeente in zoo gewichtige aangelegenheid geheel eenstemmig hebben geoordeeld." ding,"
»
dat
sel,
•'')
'")
Slechts op één punt had die eenstemmigheid innerlijk
—
zoo men uit de beste zinsnêe van « Wij treden in geen beoordeeling van de dergenen, die zich zulke dingen aanmatigen/' uitgelicht en zich aan de w^'e^-beoordeeling houden. Beginselen moet, bedoelingen mag werp maken van critiek. '^) zijn,
Men deed
waar kunnen den Pastoralen zendbrief: beginselen en bedoelingen het woovdeke beginselen" der bedoelingen" had ge))
i>
de Christen niet
tot voor-
het tegenovergestelde.
Bespreking van «beginselen" werd stelselmatig gemeden. Aan beoordeeling der «bedoelingen" heeft men zich ter kwader uur, al te kort na het uitvaardigen van den «Herderlijken brief" gewaagd. 1) *)
Ib. p. 2.
2)
Ib. p. 2.
Bep. Bijz. Kerk.
No. a6a.
»)
Ib. p. 4. Ib. No.
')
^)
Act.
363.
Bijz.
p. 3.
Kerk.
XXXVI,
p.
188. 9.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's