Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 62
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
r 60 prediking
geboden werd.
Zij
bleef intusschen
een uitsluitend costuvigerende reglementen en instructiën slechts indirect wordt ondersteld, en nergens als verplichting iso voor*v^Ul ^ g geschreven. Het ex officio zitten der ouderiingen ligt, als bestaande usantie ten grondslag aan art. 31 van de Instructie voor de Kosters, waar het heet! miere
verplichting,
die
in
de
^'?^-'' ^'\^^y^^^^ ^e godsdienstoefeningen voorkoLrZchïrvvinn.'^"'-'-!!'' ^"'^«enjy den raad in van
Sen .Lwl.
den oudste Ier aanwezige predi-
'
Kanten, o/ anders van
onderling die zitting heeft
den.
Waarbij opmerking verdient, dat de vorige redactie van dezer voege was gesteld:
m
kel
dit
arti-
„In alle voorkomende gevallen, in dewelke bij deze instructie niet voorzien zijn, winnen zij deu raad in van den ouderling die zitting heeftr
mocht
Thans komt de officiëerende oudeding slechts in de tweede plaats aanmerking. Gelijke melding geschiedt in de Instructie voor de Voorlezers waarvan artikel 13 aldus luidt:
m
„In gevallen, waarin bij deze instructie niet voorzien ii, houden zij zich aan hetgeen door den oudste der aanwezige predikanten, of anders door den ouderling die zitting heeft, zal worden voorgeschreven."
Ook hiervoor stond de
de vorige instructie, van 18 Februari 1841:
in
„In gevallen, waarin bij deze instructie niet voorzien mocht zijn, houden zich voorlezers aan hetgeen hun door den zittenden ouderling zal worden voorge-
Ook bij deze instructie trad de zittende ouderhnff dus vroeger sterker dan thans op den voorgrond.
Nog wordt van den
„zittenden ouderling" gesproken in een Bedes Kerkeraads, waarbij hun gelast wordt, bij eventueele ontstentenis van den predikant, die den dienst had, zelf of door sluit
den
voorlezer, voor goede leiding der Gemeente te zorgen. /06gt men hierbij nog, dat het usantie is, bij eventueel ingediende bezwaren tegen storing der godsdienstoefening, den ouderling, die de zitting had, officieel rapport te vragen, dan heeft men schier
sporen bijeen, die keraads voorkomen. alle
van
bedoelde usantie
in
de acten
des Ker-
Geregeld is dit „zitting hebben" der ouderlingen niet door Kerkeraadsbesluit, maar door particuliere bepalingen van het Presbyterie. blechts afgedrukt wordt deze regeling telkenjare in het Algemeen Kerkeraadsboekj e. Dit Presbyterie heeft een geheel huishoudelijk kd^rM^Y. Aan zijn bepalingen, die door geen enkel kerkelijk bestuur zijn
goedgekeurd,!)
is
niemand gehouden, dan voor zoover en voor
arresteering van het Reglement voor het Presbgterie is van nog ionge ^a„+Pi^^-''^^*^i ^""^ 11 December 1869 en draagt van goedkeuring door tS.T^-^ of ^i^i.^r' den Kerkeraad raühabeenug door liet Classicaal Bestuur geen enkel blijk. Zelfs het tegendeel is in dit reglement voorgeschreven. Immers, art. 40 luidt aldus: In
S
H
kunnen geen veranderingen gemaakt worden dan met vni/f^^rw'^^^"* volstiekte meerderheid van stemmen en in een daartoe afzonderlijk
te beleggen vergadering.
Hier had moeten volgen: onder goedkeuring des Ker den opsteller was gedacht
keraads, zoo aan sanctioneering door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's