Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 68
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
66 zij hebben «bij herhaald noemen van den naam van Jezus den gebroken en een oordeel uitgesproken over de gewetensvrijheid van andersdenkenden." Blijkens deze verklaring verkeeren Adressanten in de onderstelling: dat de verschijning van den Christus de verplichting oplegt tot een liefde zonder vorm en grens, en verbiedt anderer overtuiging te veroordeelen of te wraken. De persoonlijkheid van den Christus is hun blijkbaar de hoogheilige verzegeling van het door velen thans beleden beginsel: dat alle overtuigingsverschil slechts de relatieve openbaringsvorm is van eenzelfde godsdienstige behoefte, en dies voor de toepassing van den eisch der liefde niets afdoende en onverschillig. Deze aanklacht is ongetwijfeld de ernstigste en meest aangrijpende, die door Adressanten is te berde gebracht. De hooggeloofde naam van Jezus Christus is der Gemeente niet
den:
staf
Die naam is het heilig, maar het inbegrip harer heiligheden. goddelijk element dat ze in haar schoot draagt. Die naam is het eenig redmiddel ter ontkoming aan den dood, dat ze der wereld te bieden slechts
In
heeft.
naam
heeft
dien ze
naam bidt ze. Alleen door haar vereeniging in dien gemeenschap met den Vader. Die naam bezegelt de
van haar woord en is de bezielende kracht harer SacraDien naam te belijden is de haar door den Geest aangeweVerloochening van dien naam, de zonde des afvals, zen levenstaak. waardoor ze zichzelve de voorspraak rooft van den goddelijken Hoogepriester voor den Troon des ontfermenden Gods! Misbruik van dien naam ter bepleiting van een daad, tegen den geest van Christus ingaande, is daarom zeer terecht door Adressanals laakbaar en ten hoogste berispelijk, in hun Missive aan den ten, Kerkeraad gemotiveerd. Ook deze aanklacht dient derhalve getoetst.
prediking
menten.
Waaraan ? Natuurlijk dit
aan
den
«Naam
van
Christus/'
met een minder gewoon Hebraïsme, zeer
gelijk
Adressanten
beslist uitspreken,
waar
een ;)Naam die ons is voorgegaan.^' De »Naara van Christus'^ nu beteekent naar Hebreeuwsch taaieigen, de wezensopenbaring zijner geheele persoonlijkheid. Waaruit moet deze Christus worden gekend? Immers uit de Evangeliën! Buiten deze weet niemand van den Christus iets. Bij wraking van hun getuigenis wordt geheel de persoon van den Christus een zwevende, omtreklooze gestalte, die, als psychologisch product der verbeelding waarde moge hebben, maar ze schrijven van
alle
historische beteekenis
derft.
Van tweeën één dus:
—
Of elke toetsing aan den historischen Christus is ondoenlijk, en dan hadden Adressanten noch tot hun aanklacht, noch tot het vragen van veroordeeling recht. Of er is een historische Christus, wiens woord en daad tot toetssteen strekken kan, maar dan moet zijn leven ook uit de Evan-
—
worden gekend. Wat nu leeren ons de Evangeliën van den Christus?
geliën
Spreken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's