Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 117
J.
J.
109
CREMEll.
volgd, onherroepelijk in onmin met den grijsaard wien verschuldigd was, en van wien de verlegenheid hem naar hem den breeden weg op.
beschuldigend, toeval
hem
de
alles te
hij
alles
wachten had, steeg
het hoofd, en joeg eene ijlende koorts
Zich van eene denkbeeldige misdaad
naar eene vreemde stad, waar het armen van een verstooten en half gebrek
vlugtte
in
hij
hij
lijdend broeder voerde.
Daar zyner
stierf
Adam Helmond,
droomen,
om met
eene
schuwende
tot
uit
van
het
paradijs
zijne
zinnen
van eigen schuld, en met eene waar-
bekentenis
bede
voortgejaagd
naauwlyks meester genoeg zijne
vrouw op de
lippen, den
adem
uit
te blazen.
Man, hoe kwaamt u eene zottin? roman,
Het
gij is
zoo
geheimzinnige
die
schouwelijk
te
hebben
dwaas?
Yrouw, wie maakte van
niet de geringste verdienste zijde
gemaakt.
van
vele
Terwijl
van Cremer's
menschelevens
aan-
het zoo gemakkelijk
schijnt tegelijk goed en verstandig te zijn, staan er met elk nieuw geslacht een groot aantal begaafde en beminlijke personen
op,
die,
zonder het te willen of te weten, anderen en zichzelf
rampzalig,
kunnen
en
zijn,
1871.
van het leven, dat voor hen een bloemhof had
eene woestijn maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's