Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 52
44
MR. Hij
kiiig.
Wij
Lennep Klaasje
doch
onnoozel genoeg te Zeverister
gelooven dat de heer
halverwege het derde
den auteur,
dat
aan
hij
eischen
vinden
wij
hem
in de door
den spoor-
(in
gezegd tot lof van
zij
van
ten deele de moraliteit
deugdzaam
als
personen
bedoelde
roman
zijn is
alleen
te
lage
stelt.
Yan Lennep wil dat wekkend persoon zullen van
vriend
een
Het
deel.
voorgestelde karakters, en ons bezwaar
die
Van
geschreven heeft met het gouvernante-
oogmerk, aangeduid in een apologetisch gesprek trein)
een schrijver
tijdverdrijf uitgaat.
niet
zijn
onderhoudend schrijver,
een
is
van wien alleen
VAN LENNEP.
J.
wel
zien,
en
zonderling
en
dan toch een
geen genie,
zoo
daarbij,
weinig
een
maar voor het overige een
wonderspreuken,
man,
edeldenkend
den predikant Bol een belang-
in
wij
vernuft.
Doch
Ware
mensch komt
inwendige
geheele
onze
daartegen
op.
Gerlof Bol goed geteekend, wij zouden reeds in Grerlofs toen
studente-tijd,
was
bang
schrikkelijk
zoo
hij
vader van Klaasje te worden
voor
den
de kiem hebben ont-
aangezien,
dekt van eene menschevrees die later in plichtverzuim ontaarden zou;
in
vriendschap voor Louis van Eylar de kiem zijner
zijne
zwakheid
toekomstige
de
in
eindelooze
dissertatien
onzer indrukken
edelmoedige
ten
van
opzigte
breedsprakigheid
geboorte;
van
zou de gulle nitroep
Yoorzienigheid
jeugd
manlijken
zijn
dames
van
kiem
der
de
Het besluit geweest moge eene
leeftijd.
zijn
:
bewaren
vaderland
ons
en
heeren
zijner
voor
de
vermenigvuldiging dezer predikantesoort!
Doch
bij
Van Lennep gaat de
den heer
karakter even reddeloos freule
nog
Van wel
Aan
Doertoghe. eene
eens
verloren
de
akademie
aardigheid,
ook
al
bij
voorbaat sommige fransche auteurs
hij
zijne
uitgeven.
paradoxen ^
Doch
overeenstemming gen,
verslikdorpt
Bedoeld
zijn
in of hij
de in
ontleende stede in
op
dat
van zich
strijd
met
gaandeweegs
,
eenheid van Bol's
van het karakter der
die
als
zei Grerlof
plunderde die
de
daartoe
het boek waaraan
oogenblik
te blijven
te
inderdaad
hij
nog moesten
ontwikkelen, in
denkbeelden
zyner
da-
eenemaal, vooral op Har-
1829 verschenen „Mélanges" van Charles Nodier.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's