Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 215

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 215

2 minuten leestijd

PHOF.

beweren

„Of

:

onze

GUNNING

207

JR.

weinig

litteratuur

kan

biedt,

verschijnselen

H.

J.

veel

of

verheugende

ik niet beoordeelen: ik ben te weinig

mede bekend en tot oordeel onbevoegd." Onbelangrijke mezal iemand zeggen; en die uitspraak zou juist zijn, zoo niet de inkompetentie van welke de schrijver spreekt over„Onze geheele arbeid," heet dragtelijk verstaan moest worden.

er

dedeeling!

werk

„zal

meer de persoon dan het

voor oogen stellen, ook daar, waar wij

des dichters

zich

schrijver

aesthetisclie

Bedrieg ik

mij

in

van

zy

noodig

niet

Ten

bevoegd acht.

oorsprong dier bekentenissen

den

over

leedgevoel

acht

telkens

in

persoon niet is^waar ieder

den

schatting

eigen

kritiek

*

andere, enz."

tuigen

tot

uit-

Eensdeels, omdat de

over zijn gedicht zullen handelen.

voerig

het

verder,

bladzijden

eenige

het

eene

of ge-

,

miskende roeping?

Wie

brengen dat

hij "ïïe

herinnerin g

hem voor weg

te

aanziet,

verkeerden

te

zijn

schijnt

in zijne

opgegaan of een

averegtsch deel gek ozen te hebben.

Zoo

het

is

met den heer Grunning

volgens mij,

werkelijk,

man van letteren, hel^ dag hem zijne ware bestemming doen misseiT JSIog telkens herinneren de Muzen den geboren schrijver aan zijne eerste liefde, en lokken hem terug naar de dreven zijner jeugd. Dan wendt hij het hoofd af en wederstreeft maar met een zucht. Dan schrijft hij In de wieg gelegd voor een

gesteld.

ben

de

vraagstukken van

kerkelijke

den

,

boekjes

Dan

over

Dante en over Schiller, maar onder voorbehoud.

verloochent

evangelie. ik

uit;

zoowel

Wat

heb zijn

als een

hij,

praat

gij

ander gevallen apostel, een ander

van litteratuur? roept

wrevelig

hij

werkelijk vervalscht menigmaal zijne theosofie

(en

oordeel

als

zijn

smaak), ik heb geen verstand van

litteratuur

II

Men noot

1

,

hoore hem.

bladz.

87

,

„Korte dagen geleden," verhaalt

hij in

„trof ik in Gelderland op een spoortrein

Daute AligMeri.

Eene studie door Prof.

bladz. III, Inleiding bladz. 5.

J.

H. Gunning

3'^^

Jr.

eene

klasse

Opdragt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 215

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's