Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 348

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 348

stichtelijke bijbelstudien

2 minuten leestijd

344 welbehagen in ons had, maar deed zijn welbehagen op ons nederkomen, wgl de Zoon zijner eeuwige liefde, mensch geworden, in Bethlehems kribbe als onzer één nederlag. Het Welbehagen Gods rust, ook naar der Engelen melodie, uitsluitend op 's Vaders Eengeboorne

en Eenverkoorne, en straalt op ons slechts de

zoover

waarlangs

leiddraad

het

leven

des

des

geloofs

Zoons

voor

af,

aangebonden,

is

naar

ons

leven

afvloeit.

Dat de eindgalm van het lied der hemelsche heirscharen nieb maar zoo kan, maar zoo moet verstaan worden, blijkt uit de gebondenheid van dat welbehagen aan een bepaalden tijd. lleeds uit de ontferming Gods aan de Vaderen verschenen, als de openbaring van het welbehagen nog toekomen zal

en

stoffe

is

der profetie, blijkt

dit.

Rustte

dat

welbehagen op den mensch als mensch, dan zou die gebondenheid aan een tijd onverklaarbaar zijn. De openbaringsterm »in den tijd des welbehagens," of

»het jaar des welbehagens''' eischt dus, dat, niet de Emmanuel om het op ons rustend welbehagen, maar het welbehagen

om

den tot ons neergekomen

men

nuel op menschen rust. Althans zoo te erkennen, zijn

dat

niet

Emma-

niet aarzelt

van het Welbehagen Gods in

eeuwigen grond, maar van

Naar die tijdsbepaling Gods Welbehagen, wijst de

bij

Welbehagen

dit

openbaring en verschijning sprake

in zijn

is.

de

verschijning

van

Schrift ons telkens heen.

In lied 69 van onzen Psalm-bundel ontlokt David aan zijn harpe de profetie van verzoening, als hg jubelt:

>Maar er is

mij aangaande,

mijn gebed

is

tot

een tijd des welbehagens,

U, o o

He ere!

God!

door

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 348

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's