Uit het Woord - pagina 50
stichtelijke bijbelstudien
VI.
DE HEER,
VENLOSSER.
OIs'ZE
nu de Heere voor
Als
voorbijging, zoo riep Hij:
zijn
aangezicht
Heere, Heere,
God! barmhartig en genadig!
Exod. Si: 6a.
Zoo bleek ons dan, dat de naam »God de Alzijn vollen inhoud eerst door den naam
machtige" »Jehovah" stralen
te
ontving,
om
verspreiden,
zich
daarna in een drietal
over ons lichten in den
die
naam van ,,V ader, Zoon en Heiligen Geest," maar ook Israël reeds met hun glans verkwikten, onder den drievuldigen naam van „H eer der Heirscharen, Verlosser en Heilige heerlijken
Israël
s."
De
Vadernaam onzes Gods lag reeds in de openbaring aan Abraham, want „Êl-Schaddai,'^ „God Almachtig," zou
vooral in Isaac's geboorte
en mogendheid betoonen
;
en
als
zyn kracht
wilde Paulus op dien
innerlgken samenhang
tusschen het Vader-zijn Gods zgn Almacht wijzen, geeft hij de bekende Godspraak van Jeremia, aan de Corinthische gemeente,
en
in dezer voege terug:
„En
Ik zal u tot een
Vader
zgn, zegt de Heere, de Almachtige" (2 Cor. 6: 18).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's