Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 36

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 36

stichtelijke bijbelstudien

2 minuten leestijd

32

behooren vau den Jehovah-naam bij het Verbond met aan geen twijfel onderhevig is.

Israël

Nog

huivert Mozes voor de aanvaarding van

altijd

Noch

levenstaak terug.

zijn

de majestueuze

lichtver-

schijning aan den Horeb, noch het onverteerd blijven

van het Braambosch,

nog

in

noch

de

dat

belofte,

gebonden,

slavendienst

voet van den Horeb zijn outer ontsteken

genoeg. »0, God!

kom

ik

God en

tot de

-uwer

zij

ik tot

zeggen

heeft

mij

tot

En

nu

hem

zal, zijn zie,

wanneer hen De :

ulieden gezonden;

Hoe iszyn naam?

:

hen zeggen?'^

ook Mozes,

hij,

kinderen Israëls en zeg tot

vaderen

mij

zoo spreekt

het,

aan den

eens

Israël

Hij, die wist,

Wat

zal

wat maaksel

knecht, was, Hij buigt zich neder tot

zijn

en geeft hem in antwoord op die vraag der bekommering deze heerlijke openbaring: »Ik zijn

kleingeloof,

zal

zijn,

Alzoo zult

Ik

die

tot de

gij

zal (Echjêh

zijn

asjêr Echjêh.)

kinderen Israëls zeggen: Ik zal

zijn (Echjêh) heeft mij tot ulieden gezonden."

de ontsluierde Openbaring weer in den

kenden

Naam

ren alzoo voort:

gezonden;

nu,

samenvattend, gaat de God der vade»

Aldus

zeggen: Jehovah, de

u

En

van ouds be-

dat

is

zult gij tot de

kinderen Israëls

God uwer vaderen heeft mij tot Mijn naam eeuwiglijk en dat is

Mijn gedachtenis van geslacht tot geslacht."

Wat

onze

men ook

kantteekenaren

bij

vers

14

opmerken,

»Ik ben die Ik ben," of ook wel: »Ik zal zijn die Ik was,'^ moet niet dat

vertalen kan:

zóó opgevat worden, alsof de

beteekenis dezer heilige

woorden onzeker zou zijn. Maar wijl onze taal mist, wat het Hebreeuwsch heeft een vorm die te gelijkertijd het heden en de toekomst uitdrukt, wil onze Staten:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 36

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's