Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 207
KOOPMANS VAN BOEKERKN.
R.
lithografietjes
wist
voor één derde uit de hanepoten en schrapjes
eii
,
van een kind
199
dat met de pen of het potlood
,
die het
,
nog
niet
besturen, zijne eigen vertelling met een dozijn vignetten
te
illustreerde.
Van Boekeren
beweert dat
voorkomen
zijden
heeten:
„Prachtige
plaatsen
in
gulden
den
te
denken
en
door
elke
reet
drong
door
de
bladeren,
dien
te
vangen
behoefdet
van personen
moeten
zijn
als
de
dan
gen
die
„Yoor
ook
er,
zijn
koningstroon
stelling,
noemt
verschillende
boekje
even ingenomen
en laat ten slotte niet meer dan één één
van menschen," zegt
soort
zelfs
hij,
Is voor de zulken die,
't
onder de deftigste standen, sommi-
van
eigenaardigheden
de
zij
van den mensch
schrijf-
zulk
algemeen
in het
en omtrent het verschil van den
stijl
Yoor de zoodanigen voorbaat en
het
twee
in
is
kinderlijk
Kappipo
ongelijke
,
omdat
genoeg op de hoogte
niet
niet in
beleefd van
niet
begrijpen
weinig kennis bezitten
te
Le
het bekende gezegde te waardeeren:
vind
jeugdigen auteur
een
verhaaltrant niet kunnen
en
zijn
dere
om
een
op
met het
niets aantrekkelijks,
in
Ik
vriendelijk speelde
kinderschoenen, al het kinderlijke hebben uitgetrokken.
met
En
om
ver-
Ka[)pipo
en meendet, dat ge slechts
mettertijd
die
welke
zelf,
hij
toe.
Kappipo
„bevat
om
handhaaft
schrijver
klassen
uitzondering
,
als
een haas zoudt nadraven,
veld,
vrije
't
pad, en zoo
ge ook
toen
in
uw
ook
toen het morgenzonnetje nog
spreken,
op
geheel
zoo
zelf
gy
mogen
prachtig
u
zij
komen."
ter egt te
De
modewoord, omdat
toen
tijd,
te
verdwalen
te
er in die vertelling enkele blad-'
een
bladzijden,
plagt
weer
met
die,
't
zijn,
style c'est Vliomme.
licht verschenen."
den schrijver, het publiek
helften
gevoelende groote
bij
verdeden: eene schran-
te
meerderheid,
welke
zijn
geschrift
belangwekkend zullen keuren, en eene onbevattelijke,
korzelige
minderheid,
Doch met Boekeren
Voor
mij
schrijft,
ik
,
advertentien
onder
de
Homerus
het
,
er het fijne niet
die
van vatten kunnen.
oog op de soort van lezers, voor welke Van is
splitsing
die
misschien
zoo
kwaad
niet.
heb mij niet overdadig geërgerd aan de Jiumbug-
waarmede
Kappipo
aandacht des publieks niet gadegeslagen,
—
of
door is
een
gebragt
was
zij
;
leidsch
uitgever
heb de plaats uit
niet uit
Homerus?
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's