Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 204

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 204

2 minuten leestijd

196

min

wat groote oogen,

wel

waarover men

nend

,

een

als

men bedacht

kind was; een vreugdeloos huis bewo-

den reuk van vermufFende artsenijen, geen prettiger

om

buurt

verwonderen,

te

met geen andere speelnooten dan een afgeleefd oud man dat geen aangenamer dampkring binnenshuis katje;

dan

had

meer vreemd van voorkomen:

of

had

niet

zich

moederloos

een

het

dat

en

KOOPMANS VAN BOEKEREN.

H.

vensters

rond

in

wippen dan

te

en van

zien,

te

van het kerkhof,

die

welk

't

met hare overgrootmoeder, haar lagen

beginnen

Kappipa!

„Kappipa!

slapenstijd!"

't is

uit

de

hare bloedverwanten, te

al

toe te

in

zelfs

roepen:

den gloor

al

van een zomermorgen.

Want

van

bekommeren, dan

den,

hoeveel

veiliger

de

Kappipa zou

kleine

een groene zode, waarover wat paardebloemen wuif-

onder

zijn

die nooit in den huwe-

moesten zich wel over het kind

getreden,

wetende

hare moeder en de

vooral

oudtantes,

en

tantes

waren

staat

lijken

vrouwen-schaar,

doode

die

reeks

groote

achtergebleven,

alleen

als

weldra wezen moest,

zij

in deze moeitevolle en bedriegelijke wereld.

En

echter

naar roode rozen zweemde

al bloeide er niets dat

,

wangen, echter scheen zij een gezond kind, en toonde zeker groote gaven voor vlugheid van beweging, in de darzij telende sprongen met welke zy haar eerbiedwaardigen voorop hare

welkom

zaat

dewijl

zij

gegier

dit

heette.

nooit

temperen

te

kraaide

Zij

had,

toehoorders ,

zoo

luide

tevredenheid

hare fijn ,

en,

uit

om

genoeg van gehoor

dat

zelfs

de

verstramde

ooren van den Dokter er van dreigden te scheuren.

„Kappipa hare

zei

Dr.

lokken met

zijne

liefste!"

bruine

DoUiver opgeruimd, terwijl

hij

bevende vingers glad streek, „je

springlust schijnt, op dezen mooijen morgen, in je armen ouden

grootvader

zoo'n

dat

Weet

gevaren.

gebroken,

heb

haast

van

had?

je, kindlief,

de

trappen

Wat

zou je

dat ik bijna mijn nek

rollende,

gedaan

omdat

je stemmetje

hebben, Kappipa, als

was gebeurd?"

„Ik zou grootvader gekust hebben,

tot hij

weer beter werd,"

antwoordde het kind, zich herinnerende welk geneesmiddel de

Dokter

plag

neêrgebonsd.

aan

„Het

te

wenden

zal

hare lipjes toestekende.

,

als

grootvadertje

zij

was

neêrgetuimeld

goed doen,"

zei ze,

of

hem

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 204

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's