Eenheid - pagina 9
Totdat wij alleu zullen komen tot de eenigheid des geloofs. Efeze 4: lo^
om
Geroepen M. H.,
ten tweeden male in ditzelfde
Woords
uw midden
een
Dienaar
des
vestigen,
verheel
ik mijne vreugde niet, dat ik
jaar
ditmaal dit doen
mag met
Thans spreek ik den jongste
Immers
t oen
terwijl ik
En
nu
dit
mijner trad
uit.
in
te be-
ook
een onbelemmerd geweten. Ik deed dit niet toen ik
ambtsbroederen tot u inleidde. ik
voor u op naar
vrije
keuze
,
u sta. verhouding de verplichte be-
in de beurt mijner dagorde voor
wat pijnlijke vestiging soms den Lithurg verwikkelen kon, drong ook tot u wel door. Natuurlijk, in een Kerkstaat, goed voor God, zou in
zulk een betuiging misplaatst
zijn,
maar dat met zulk
schaduw der gelijkheid vertoont, is met zoo luide stem van de daken gepredikt, dat thans schier elk woord in uwe Kerk, „van de Kerk" gesproken aan die onderstelling zijn leidende gedachte ontleent. Een drager van het ambt, die de Gemeente van Christus niet op het fondament des geloofs verder bouwt, maar ze van dien grondslag een Kerkstaat de
onze
aftrekt of dien grondslag onder haar is
een
zondige
figuur
de
nauwlijks
,
die
muren wegbreekt,
zich
zelve
oordeelt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 56 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 56 Pagina's