Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 186

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 186

1 minuut leestijd

178

HONIG H.

C.

van den heer Honigli, ik moet het erkennen, wordt

die operatie

met goed gevolg verrigt.

Nog

waardoor

iets

de

specialiteit,

van

meesters

ook

geruiraen

van

niet

Al

rang

tweeden

en

is,

in zijne

Behalve

en

is

hij

in de leer geweest,

om

modellen

vertalingen

zijn

de

bij

Groethe

bij

,

Uhland en Rückert,

mikroskopische

vertalingen

fraaiste

herinnert

diiitsche.

Emannel Geibel

bij

bijna

,

het

Burger en

bij

tijd

andere

zijne

naar

eersten

Heine,

en

Schiller

den

Bellamy

aan

hij

overhelling

spreken.

te

nit het dnitsch,

over den geheelen bundel ligt een waas dat aan de boorden

en

van den Rijn doet denken. Mij is het meermalen toegeschenen veel

bescheiden

te

letteren

toegekend.

is

nationaal

al

schrijven

te

geweest

ten

over

die

niet in tel

met

om

hen

Grellert,

nen

voorbereiden.

Honigh met Levendig

zoo

het

nederlandsche

der

van

noch

die

geheel en

het

zal

toe

te

wij zijne tijdgenoo-

hebben

verbaasd

dien

gestaan

van

duitsche

de

waarop noch de fabelen

van Klopstock hadden kun-

wil ik de poëzie van den heer

zin

van Bellamy vergeleken hebben. ik

voorstellen

mij

geen

behagen

kunnen met

sympathiseren

noemen,

te

lyriek,

heldedicht

het

In

kan

leeftijd

derzelfde

Maar, waren

is.

zouden

invasie,

midden

zekeren

daaraan

met zoo veel kracht naar voren schietende meesterschap over de taal, die niéuwe vormen, die

weldadige te

en

eensklaps

die

ader,

om

jong gestorven

te

is

worden,

onder onze litterarische aristokratie bijna

hij

wij

,

Bellamy eene

aan

dat

de geschiedenis der nederlandsche

in

Hij

kunnen

dat

zijn

geheel

het

in

plaats

en

idylle,

zoo

vele

van

liever

dat

scheppen

en dames van

heeren in

gekweel,

dit

variatien

op

het

niet

thema

tot tijd eene forscher snaar

tijd

hooren klinken.

Doch volledig

enkel doet stille

rukte

ik

neem

geen

oordeel

vrijheid

uit

de

door

bloesems

is.

herdersüuit,

wat hy wil, en van traan;

doen opmerken dat dergelijk

te

oordeel

Zelfs

op

den

kan het geen aanspraak maken.

oordeel

toonen

de

litterarisch

dat

naam van

Het

zijn niet

welke hier ruischen.

dit lentelover

April

drupt ook somtijds een

hooge groen stormt het bijwijlen; afge-

besneeuwen

eerste liefde stijgt naar den

den

grond;

Hemel de

uit

het

paradijs

der

kreet der manlijke smart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 186

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's