Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 190
182
UR. A. PIEKSON.
van
den
Is
woordigen
beoordeelaar
omdat
de laatste omdat
materialist is,
bij
v an den tegen-
critici
Vinet's minderen zijn;
,
minder
hebben dan het optreden van het
begroeten
te
Hoe pover een
publiek
over
met onze eigen
toch
het
is
twee
rigtingen
drie
of
h et buitenland, aan Frankrijk, Waadland ontleent!
Om
Vinet
litter arische
het
in
zijne
hij
hem
Hij haalt geen enkele bladzijde van gelezen
niet
die
zelfs
zeker
gebrek
einde
in
heeft,
zich
leert
(bladz.
schrijfwijze
aan
uit
aan; en
de verhandeling
Pierson kriti-
en plaatst haar, wegens
13)
beneden
klaarheid,
kunnen spreken,
Beuve
te
stoutweg
den
op
welke men
die
van anderen.
Ten
tot
stelt
hiertoe
houding van Kerk en Staat, in
gebied
eigenschappen
met een: „bedrieg ik grootste
Vinet's
dat
gezocht had in de
steeds
mij verbe-
in zijn fijn zedelijk en godsdienstig
welsprekendheid,
natuurlijke
zijne
der
hij
voorgrond
zuiverheid zijner begrippen omtrent de ver-
wonderenswaardige
gevoel,
te
aan
één adem over Vinet en Taine, over Vinet en Sainte-
niet," dienste,
stof
aan het nietig zwitsersch
zelfs
geen voorstelling van zijne schrijfwijze vormen. seert
gesteld
persoon of talent kan het Pierson niet te doen
Vinet's
geweest.
wie
litteratuur
h et natuurlijk gevonden wordt zoo
spreken,
christe-
Nederlander zich voorneemt voor een nederlandsch
dat, als
hem
scep-
op het gebied der letterkundige kritiek.
lijk geloof
het
bij
was; beiden omdat wij in Alexander Vinet niet meer of
ticus
zijn
"^
minder 'göèd letterkundig
een
Taine en Sainte-Beuve
tijd,
eerste
ÏÏê
christelijken
Pierson betoogt niet alleen bet tegendeel, maar
Dr.
aan dat twee vermaarde fransche
toont
anderen
eiken
elende en verlossing,' zonde" en genade.
;
daarom
hij
geweest?
van
en
heidel bergsclien
katechismiis
letterkundige
gaven er
en
op dat gebied eene
kritiek slechts
ligt,
toe
en
integendeel al
op
zijne andere
medegewerkt hebben,
onbetwistbare meerderheid te verschaf-
fen (bladz. 12).
Nogtans
van het dit
zelf
acht
einde,
alsof
medebragten,
schitteren.
men
Taine,
het
zaak
sprekende de
,
eischen
steeds
en te Amsterdam eene
utrecht
te
dat
de redenaar van het begin tot
van den oratorischen ionteinworp
dezelfde
Sainte-Beuve,
drie
uitheemsche namen laat
Vinet;
Vinet,
Sainte-Beuve,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's