Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 11

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 11

stichtelijke bijbelstudien

2 minuten leestijd

Openbaring

biedt de gansche Schrift niet.

verstaan,

te

Hier toch wordt het ons met zoovele woorden gezegd, dat de

Naam

hetzelfde

is,

maar

des Heeren niets anders, als

Heere onze God."

))de

volstrekt

Zeer terecht

daarom de Kantteekening bij dit woord uit Deuteronomium aan » de Naam des Heeren, dat is de Heer zelf, wien alleen deze Naam toekomt.^' En passen we nu dit op Micha's woord toe, letten we er op, dat de woorden: »de Naam des Heeren ziet het wezen," niets anders beteekenen dan »de Heer onze God ziet het wezen der dingen," dan is al het bemerkt

:

vreemdende

voor

weggenomen en

ons

springt

dat

ons met volle kracht op de ziel. Maar waartoe, zoo vragen we als van zelf, dan die

aangrijpend woord

vreemde,

die

afwijkende

»de Heer onze God"

uitdrukking, zoo even goed

zelf in stede

kon geschreven zijn? afwisseling, een andere

Is

van dat »Naam^*

dan slechts eene

dichterlijke

vorm van uitdrukking bedoeld ?

Elk der beide uitdrukkingen heeft haar eigen zin en beteekenis, ook al stemmen ze in de hoofdgedachte saam. Met opzet voegden de KantGeenszins.

teekenaars in

hun noot op Micha VI 9 er bij » Gij heerlgkheid en majesteit)." :

:

zelf, o

Heere! (vol

Dat

geen overbodig stopwoord tot afronding van bg gevoegd maar een wezenlgke er

is

den

volzin

,

onderscheiding.

Immers dan

slechts

wordt de

»Naam

des Heeren" voor den » Heer" zelf gebezigd, zoo daarmede bedoeld is: God de Heer, voor zoover Hij zich in

zgn heerlijkheid en majesteit aan de

openbaard staat

eerst,

komen

,

niet

zijnen

ge-

De behoefte aan een naam ontwaar we met een ander in aanraking voor ons zelven. Dan eerst kan er dus heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 11

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's