Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 56

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 56

2 minuten leestijd

MH.

48 zyne

wanneer de omstandigheden het eischen

weet,

en

keus,

en innig

pathetisch,

teder,

worden door hem

pathos zijner

mevrouw Van

afgesneden

Doch

te zijn.

die innigheid en die

Op den bodem

aangenomen.

slechts

gedachte welke

dezelfde

ligt

ziel

VAN LENNEP.

J.

den persoon der

in

hij

Zirik met veel talent voor onzen geest

doet rijzen.

behoort

denker

Als

hen

noch geheel en en

van dokter Van

mevrouw Bleek dan?"

hoe

en

de

„Wel neen,"

"'t

icelk zij

De

En

my

,,Ja,

voor Galjart toch niet die naar ligchaam

van

Zevenaer,

„keek

wij,

be-

haar eens even

hoofd tot de voeten, en dacht

't

bij

zich

in zoodanig geval zon aanbieden.''''

Van Lennep,

dat

Bleek

echtpaar

is

zijn

haat voor het kwade

goede

verhevene.

en

heeft

,

geen

hij

,

is

genade

in

even verdeeld

Op

het

kwaad zijne

niet

oogen.

als zijne liefde

oogenblik zelf dat de

de verdorvenste zijde van hun ge-

ons

echtelingen

moed vertoonen

duidelijk, heeft het

vindt

het

schraapzieke

Van

van deze beeldspraak

zich

lezen

Doch

in den persoon des dokters en door

heen van mevrouw Bleek, een geopend oog voor

de

kleederen

de

wangestalte dier vrouw.

die

de wedergade

hoe deed en dacht dokter

voor

niemand

als een blijspel is

volstreM niet gesteld zou loezen op liet spektakel^

hem

heer het

lief;

Hij

mevrouw,

zeide

mevrouw Bleek

haar

dat hy

zei ven,

meer

gesprek met mijnheer en

zijn

kan

„ik

„Van Zevenaer,"

mat

aan,

Bleek,

leelijke

diende?

of

materieel,

over den berooiden en lijdenden Graljart.

niet uitkleeden."

toen

in

en al

evenbeeld haars echtgenoots was, „wij kunnen ons

het

ziel

maar min

van

tot de klasse

geheel

klucht opvatten.

Zevenaer,

vroeg

uitkleeden."

noch

leven

tragisch,

al

als eene

voorkeur

bij

Yan Lennep

heer

de

menschelijk

het

die

denken

het veracht,

Dit teekent, dunkt mij.

menschdom

Zoo kan

niemand

of gevoelen

die het

maar

iemand die in den grond van

alleen

eert,

zijn

hart het leven als een farce beschouwt, en overal hier beneden, in

het gemeene zoowel als in het aandoenlijke

speelruimte laat

,

voor het snaaksche. Dit hooger

partikuliere

en

op

doet

eene

u den heer Van Lennep

veiliger

plaats

dan

de

hoogstellen;

schare

zich

ver-

hij

zelf,

vertrouw ik, indien deze bladzijden

bestemd waren onder

zijne

oogen

beeldt.

Ook

zou

te

komen, de

laatste zijn die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 56

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's