Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ons huis - pagina 10

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ons huis - pagina 10

2 minuten leestijd

rusten,

heeft" (vs.

hem gegeven

die

een uitspraak die niet in een pantheistisch in God

7),

mag

verdwijnen

weder tot God

keert

geest

,maai- de

elk gericht

lang

zoo

opgelost,

ondenkbaar

is

zonder verantwoordelijkheid, en verantwoordelijkheid zonder persoonlijk

grond van

tusschen in

zijn

zij

den

herhaal

zijn

voor den Apostel

Prediker,

nog

onbeslist,

af,

ik

maar op mijn ge-

dat uit den Corintherbrief.

woord en

gescheiden,

strekking één en slechts daarin

het „eeuwig huis"

voor

op den klank

niet

Predikers eigen gedachteugang

's

lijkstelling

Beiden

En daarom

bestaan.

den gelukstaat en

alleen

't

dat

dan dien gelukstaat,

zij

't

het eeuwig verderf bedoelt.

Hiermee

tevens het standpunt gewonnen, van waar zich ons

is

het recht verstand voor geheel dit boek des Predikers ontsluiten

Immers

kau.

raadselachtig

kunstigst

en

gekozen wierd.

schuilt, die

ook

waarin

de zienswijzen ten opzichte van dit

boek verschillen,

op het

deeleu

zorg

,

zijn

dit

stemmen

ineengezet

allen

toe, dat de

elk

woord met

dat

,

dat in het laatste hoofdstuk de sleutel

ons én de voorafgaande gedachten én de voorafgaande

woordenkeus

verklaart.

En wat

is

dan

de allesbehet^rschende

tegenstelling die in dit boek het probleem des levens vormt?

ééne term er van kent ge: IJdelheid der is

ijdelheid!, het

somber

Wat pool,

is

de andere term der tegenstelling

die

aan

ijdelheden, alles twintigmaal met

refrein straks tot

klimmenden nadruk herhaald. Maar wat

dit ijdele beantwoordt"?

staat ?

De

nu daartegenover?

Waar

schuilt de andere

Ge weet

„ijdel"', dat

beteekent in de Schrift het ledige, onwezenlijke, brooze en voorbijgaande, het tegendeel van het

kan dus alleen overstaan.

En

de leest

eeuwigheid, ge nu,

na

„eeuwige". Tegen de

ijdelheid

het

eeuwige

tegen deze

het ijdele

opmerking, geheel

den

Prediker door, dan vindt ge, dat het eeuwige met den meusch,

met het schepsel nergens

in

verband wordt gebracht, dan

10

uit-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's

Ons huis - pagina 10

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's