Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 18

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 18

stichtelijke bijbelstudien

2 minuten leestijd

14 het bevreemdende van die zonderlinge bijvoeging weg.

Dan

moest Adam,

juist bij die aanraking met wezen, zich door de tegenstelling den byzondereu aard van zgn menschelijk wezen bewust worden, dat in den rijkdom der dierenschepping geen bevrediging voor zgn innerlijke behoefte vinden kon. Nog duidelijker wordt ons dit door wat we in Jesaia XL 26 lezen » die ze (namelgk de starren) allen bij name roept, van wege de grootheid zijner krachten en omdat Hij sterk van vermogen is daar wordt er niet één gemist.'^ Ontwgfelbaar zeker toch gevoelt hier een ieder, dat met dat »bij name roepen'^ niet bedoeld is het uitspreken van die gebrekkige namen, vs^aarmeê wg menschen de starren plegen te noemen. Integendeel, door. de bijvoeging »van wege de grootheid zijner macht en omdat Hij sterk van vermogen

het

toch

dierlijk

:

:

;

is,^'

blgkt ten

duidelijkste,

ontzettende machtdaad

wat

dan

is

hier die

de Profeet hier een

dat

Gods op het oog heeft. En machtdaad anders dan dat de ,

Heere, elk gestarnte in zijn aard doorgrondende, het

om

oproept

met

eigen orde, op zijn eigen baan,

in zijn

zijn eigen licht

te schitteren,

wgl Hg, de Heer,

het dus wil. Staat

dus vast,

het

het groot

dat in

heelal

elk

schepsel Gods zijn eigen aard, zijn bgzonderen levens-

hem

kring en voor

gaan we ook eigenlijke

naam van

volkomenl^k

En

is

het

verordende bestemming beeft, dan

veilig zoo

zijn

we zeggen, dat de ware, de

eenig sdiepsel, dat woord

wederom buiten

stemming van de gedachte,

een schepsel die in

Gods

is,

dat

bestemming uitdrukt.

aard en zijne kijf,

dat de aard en be-

uitsluitend

eeuwigen

afhangt van

raad over

hem

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 18

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's