Uit het Woord - pagina 274
stichtelijke bijbelstudien
XIV.
MAD
DE HEILIGING EEN
De geroepenen,
GODS.
die door
God deu Vader
ge-
heiligd zijn en door Jezus Christus bewaard.
Judas
Zooveel
wonnen we dus
heiligmaking"
reeds, dat
kan
geen sprake
van
zijn,
VS. 1.
dlieiligen of
waar de zonde
niet is uitgebroken en die uitgebroken zonde
niet door
genade
waar
bestreden
nog
zonde
meer
niet,
wordt.
Geen
heiliging
de
en evenmin waar de zonde niet
werkt; maar ook geen
»
heiliging" dan door de
genade, dan in de sfeer door die genade bewerkt, dan in
den zondaar, naar wien de arbeid der genade uit-
gaat, of in wien ze reeds werkt.
nen:
zonde
onmisbaar.
genade zijn in Waar ook slechts een en
Die beide kenteekeeven volstreklen zin dier beiden als ont-
brekende wordt gedacht, vervalt de heiliging van zelf. Alleen door die kenteekenen uit het oog te verliezen, geraakt
men op den weg
der heiliging spoor en rich-
ting bijster.
Ook
de vraag:
,/Wie de
heiliging
werkt?" moet
dus aan de hand dezer beide gegevens in dien zin be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's