Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 217

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 217

1 minuut leestijd

PilOF.

oceaans,

onmetelijkeii

11.

.T.

dien

GUNNlNd

209

JU.

nu

verlangen

kinderlijk

zijn

ter

linkerhand aanstaarde.

„Welnu, een dergelijke hoogte van waar niet land en

overzien

worden.

hoogte,

en

maar

zee,

en eeuwigheid

tijd

daalde af van zijn

Vlissingen

te

makende wat

werkelijkheid

tot

aanschouwd,

had

gezigt

zijn

De knaap

praktisch

Een

de Bivina Commedia.

is

hoogte

vermeesterde

het

hij

hij

hart

in

des

vaderlands aan de ééne en het gebied des oceaans aan de andere

wat ons

en

zijde

van

hoogte

gedicht

van

afdalen

het

indien

betreft,

Dante's

winnen van de terreinen des hemels en der aarde, anderen

een

als

land de

niet

der

oceaan

aanschouwen

linkerzijde

ter

kracht

geloofs,

eindeloozen

toren-

die hij ons,

regter, en een vader-

ter

doet,

overwinnen

tot

door

en door den ootmoed en de geestdrift des

liefde

zoo laat

de

niet helpt tot praktisch over-

ons

het ons wijten aan eigen kleinheid,, maar

aan den grooten Meesterzanger." onderdrukte litterarische roeping spreekt uit de vol-

Dezelfde

gende bladzijde over Schiller's gedicht:

die

dikwerf,

aan

ware een slaapwande-

het

als

in

als

de bloementaal en het vogelen-

maar somtijds ook

lied zeer liefelyke,

innering

is

naar een onbewusten, inwendigen drang daarheen

wel

en

gaat,

natuur

gansche

de

„Zie, laarster,

gruwelen,

die

Lady Macbeth

als

geschied

zijn,

in her-

huiveringwekkende

woorden spreekt. „Deze

mensch

den

oorspronkelijk

bekende

natuurtaai,

met

welke de oudste volken nog zekere vertrouwdheid toonen, die het bekoorlijke

hun

van

daar

spreekt deze

die

persoonlykheid onzer die

,

deze

zal

dieper gevoelenden

den

en

dus

immers, ook

vormt,

gansche

brengen,

is

ons

Doch daar sluimert

verstaat:

persoonlijkheid

ééns

lossing

in

taal

uitmaakt,

poëzy

verstaanbaar geworden.

van is

natuur

door

het

de

het tot

mensch, een dichter,

bodem onzer

eigenlijke

poëzy,

de

grootendeels on-

in ieder onzer, en

Gleweten.

die

den bloesem

En

Eién

is

éénige

ontwaken doet, namelijk door haar naam

wat de slaapwandelende te

noemen."

(ïaucher,

bladz. 40.)

L. ï.

XV

er,

bezinning en alzoo tot ver-

14

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 217

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's