Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 220

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 220

stichtelijke bijbelstudien

2 minuten leestijd

216 zou zooveel zijn

het dorre

als

magische begrip van

,

scheppen, dat de Beidenwereld had, inruilen voorliet heerlgk, levenskrachtig denkbeeld dat de Schrift ons

Het

hiervoor biedt.

in

is

den diepsten zin loochening

van de eeuwige Godheid des Woords, verwerping van de belgdenis des Drieëeuigen, als levenspand van alle

ware Godskennis, en terugkeer van den Levenden God, dien ons de Schrift openbaart, tot het koude, doodsche en afstootende Godsbegrip, dat door de Unitariërs aller

eeuwen tegen

Gods H. Drievuldigheid

Daarom kent

de

is

overgestekL

Schrift ook geen toeneming,

als

bijvoeging en vermeerdering te verstaan zou

De

Schrift bedoelt dit de

uitspraken

twee eenige malen, dat haar

kunnen

toepasselijk

»

Opwassen

de roepstem des vermaans,

met

brengt

worden

geacht

en Tim. IV: 15), in den zin van

van wasdom.

groeiing, luidt

hier

]I: 52

(Luc.

een

die zijn.

beeld,

gemeente

die ze der

aan

niet

uit-

in Christus'^ dus

» bij voeging,

'^

maar aan den groei der plantenwereld ontleend. Wat nu ligt in dat beeld uitgesproken'? Immers, dat de stof, waaruit de plant gevormd zal worden reeds vooruit in den bodem en in de lucht aanwezig is, en dat de plant deze stof in zich opneemt naar een bestek en plan, dat volkomen uitgewerkt reeds in den ,

zaadkiem

kleinsten

Wat

schuilt.

den bodem optrekt, vormt niet doet dit niet naar willekeur,

levenswet

,

eerst in

haar

aan

haar

worden reid

,

,

is

is

die

de

maar

plant is

maar naar een

haar tot groeien dringt. cellenweefsel zal

stengels •

zij,

er,

uit

en ze

innerlijke

Wat

straks

worden opgezogen en

blad of bloesem openbaar zal

als

haar dus reeds toebeschikt, haar reeds be-

het hare reeds

,

ook

al

schuilt het

nog

in

den

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 220

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's