Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 32

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 32

stichtelijke bijbelstudien

2 minuten leestijd

28

waarmee die »Naam Gods" zicli stelt tegenover het wezeu der zonde, dat een macht buiten God, een eigen oorsprong wil

macht

uit

naast

en tegenover

een macht, staande

zijn;

En wordt

God.

zoo,

door dien

Naam, het zondig wezen van den mensch

geoordeeld,

evenzeer draagt

))Naam

diezelfde

Gods"

de profetie

kiem der volkomen verbonds-verlossing in zich. Immers, »Abraham's verstorven lenden," en de » verstorven moeder in Sara" zijn niet toevallig gekozen, maar de teekeneude uitdrukking van den dood, van de krachteloosheid, van de onvruchtbaarheid, waarmee en

mensch naar ziel en lichaam slaat. is ontkoming door eigen macht ondenkbaar. Maar nu openbaart zich een God, die »uit den dood het leven wekt," die »wat niet is, roept de

zonde

den

dien

dood

Uit

het

of

als

En

ware.""

macht, ook dood

heeft,

door

»zrjn

die Almachtige, die

ook die

de macht der levensopwekking uit den

wat vrije

dan

anders

Hij

is

macht en

de

Eenige, die

genade^' het eeuwig

vrije

leven scheppen wil in des zondaars geestelijken dood.

Men

vergist zich dus, zoo

men den »Naam" van »de

Almachtige" in Genesis op één lijdenis

lijn

Almachtige

als

Verbondsgod,

die

die

Hij

met de beis

hier de

vatte intusscheu de scheiding tusschen den

aan Abraham en dien andere

openbaard

IS,

niet

Abiaham's leven Terecht merken zgn. reeds in Gen. 15: 7

»Ik ben Jehovah,

zij.

naam,

die aan Mozes gewat Mozes ontving, geheel vreemd zou gebleven

zóó op,

aan

ding

slechts één

hg opregt

van zgn uitverkorene vraagt: dat

Men

stelt

van den Heer der Schepping.

die

onze tot

,

alsof,

kantteekenaren op,

dat

Abraham Ur der Chaldeën

u uit

gesproken was:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 32

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's