Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 17

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 17

2 minuten leestijd

E.

de

op

„Om

trappen.

de

En

zaten ze aan.

in

zomerldeed;

kleurig

fluweelen jasje

zijn

met

hij

zijne

het ging

de

wou

Warner

„Toen

waren den

Aafje,

die

laatste,

zij

donkere crins de lion^ en

wel waarom,

wist

niet

hebben

oom

naar en

het

tante

kamperfoelie-

er

meer,

niet

Weldra kwam de maan op, en de oude luidjes hadtegen, dat de jonge lui, eer Warner naar stad Amsterdam, weet ge, de stad by uitnemendheid

niet

eene wandeling deden: „als het maar

Warner

hield woord,

laatsten

trein

want

Haarlem

te

hij

een half uurtje bleef."

bij

wilde vóór het vertrek van den

wezen;

waren

zij

Heemstee maar eens omgewandeld;

kerkje van

het

hadden een kijkje geno-

zij

men van het meir „En is dat alles wat we .

.

te

liefelijke

.

er van hooren ?" vraagt men mij. want wie anders zoude het doen ? niet over had om zich het geluk van beiden in dat

Alsof de jeugd fantasie

!

dat spreekt

eindelijk

waren

zij

zoo bloode

zij

de voordeur in naar binnen gegaan; het werd buiten

koel.

moest

Aafje

en

terugkeerden,

zij

er

niet

in haar licht-

zij

de laatste, maar met menige tusschenpooze;

en die Aafje toch kreeg

,

prieeltje

zoo

om

en

hy zoo stout en

;

op, aan den

zij

waar Geerte-moêr hen

tafel,

met haar bleek blond a V enfant

En om

gewasschen, en fluks

ze

een aardig studietje leverden

kon, h^

begluren

waren

fluks

van de eikenhouten

uithoek

9

laatste!" zei hij, zoodra hij zag dat

had gehaald, en

ze kersen

POTGIETER.

J.

,

landschap

kort

zou

der

natuur

schieten

en

van

roem,

te

stellen;

zoo veel poëzy

aan

genietende

beminnende zijnen

voor bij

den

alsof :

arm

mijn

Warner zijner

Warner, vol van van hunnen echt; Aafje,

bemind;

proza niet te ,

het schoone

liefste;

zijne

Aafje,

toekomst,

beminnende

en

bemind."

Toen de twee groote studiën waaruit deze bladzijden getrokken zyn^ voor het als

het

ning, dit

eerst

Rijks-Museuni

proza,

het licht zagen

voeren

het

,

jaartal

de Zusters zoowel

1844

tot

dagteeke-

had ons publiek geen ooren voor den rhythmus van geen oogen voor de blijvende waarde dier

om

strijd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 17

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's