Uit het Woord - pagina 16
stichtelijke bijbelstudien
II.
DE NAAMGEVING.
En op den Keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent dan die hem ontvangt. Openb. II :17b.
Nog
beter
Heeren"
kan
de beteekenis vaii den
in de Schrift verstaan
doorzien, die aan den
mensch,
van den
in
»Naam
des
worden, zoo we den zin
naam van
het schepsel, vooral
de gewgde Openbaring wordt
toegekend.
Reeds
oudste oorkonden der Schrift geven ons
de
daaromtrent een hoogst opmerkelijk bericht. »De Heere
God
— zoo
lezen
we toch
in Genesis II
:
19
— bracht
Adam al het gedierte des velds en de vogelen des hemels, om te zien hoe hij ze noemen zou; en zoo als Adam alle levende ziel noemen zou, dat zou haar tot
naam zijn,
gis
zijn.^'
dat af,
Natuurlijk
Adam
kan
daarmee
niet
bedoeld
naar louter willekeur, bloot op den
een reeks van klanken mocht uitdenken, die
voortaan het gedierte ten
naam zouden
zyn.
Wie
dat
meent, doet te kort aan den eerbied, dien de daden Gods ons behooren in te boezemen. Neen, verre van bloot willekeur te bedoelen, ligt in deze » naamgeving"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's