Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ons huis - pagina 34

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ons huis - pagina 34

2 minuten leestijd

:

Van ge

uw

bij

M.

anders

niets

sterven

H.

clan

van

de verhouding waarin

Menschenzoon moet elk mensehenhart gekend.

borgen

is.

met den

man,

de

Zalig

steen.

Aan Hem den

tot deu Christus zult staan.

Hem

die in

Hij

de

is

Rots-

een hoog vertrek ge-

als in

Maar wee over den arme, of neen, den schuldige

laatsten golfslag des

levens tegen die

rots

die

pletter

te

slaat.

Aan

Christus hangt het, aan

Hem

Hij heeft dat Huis

alleen.

der eeuwige heerlijkheid gebouwd, Hij draagt het door het zijner kracht, zijn Geest siert het. Hij zelf in

moet gaan wie eeuwig

Hem

met

of

in de

of ge

van

staat,

„Weer een zondaar

zal

Of ge tegen

wonen.

Christus of,

zijt,

de vraag

is

rouwklagers

als de

of in hun smarte toornend klagen

gezaligd,"

„Voor eeuwig verloren!"

De gang naar dat eeuwig zorger

de poorte waardoor

is

omgaan, Gods engelen daarboven juichen zullen

straten

zullen:

Huis

voor u eens zal beslissen,

ook

die het

Hem

in dat

Woord

heerscht,

psalmist

in

is

Huis, waar Christus als Huisver-

gang der Heiligen.

de

Gel., dies reeds

oude dagen zong: „De heerlijkheid

Heer, eeuw in eeuw

uit,

den Heere

die,

zijn

zij,

is

van

uw

de

huis, o

een sieraad en een eer." Heiligen nu in

dan ouheiligheid

niets

zei ven

zich

in

vindend, de heihgheid van Christus grepen, en dies, o wonder, het uit een

zuivei'st licht laten schijnen

donker u,

is

hart, dat in zich zelf dof en

en wegzonk in den dood. En daarom

blijf ik

ook tot

ook tot den verst afgedoolde, ja tot hém het doordringendst

roepen: Dorstige

neem

ze

om

niet

die ge !

Nog

zijt,

kom

tot de wateren des levens, en

bereikt u die roepstem, niet mijn roepen,

maar het roepen des Ontfermenden Gods.^ Ge naar

uw

nog slechts

eeuwig huis. Ge traadt het nog niet binnen.

veren koorde gegaan.

gaat

brak nog

Maar wee

u,

niet.

zoo

Nog ge

31

zijn

daarop

De

zil-

de rouwklagers niet omin sliept,

want

alzoo

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's

Ons huis - pagina 34

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's