Uit het Woord - pagina 24
stichtelijke bijbelstudien
20 in
vers
hem
in
5 schrijft:
mijn
Alzoo zegt de Heer: .... Ik
huis en binnen
zal
mijn muren een plaats
en een Naam geven, een eeuwigen Naam, die niet uitgeroeid zal worden." Nu verstaan we dus ten volle, wat »die nieuwe
Naam
op den witten keursteen''
Naam
nieuwe ware
voor het nieuwe ware
Naam, waarmee de Heer ons
noemde,
voorkennis
ons uit het niet riep met zijn
scheppend
te
»Naam"
in
worden, waartoe
Niet het »Wezen'''
ordineerd had.
onze
die
zijn
Woord, om datgene eerst
de
Leven:
in zijn vrij macht
toen de gedachte van ons aanzijn was, en Hij
zijn:
zal
in de gedachte
is
Hij ons ver-
dus eerst, maar
des Eeuwigen, en
ons wezen wordt, wat het wordt, wijl het naar Gods raad aan dien
»Naam" moet beantwoorden.
Nu
is het ons geen raadsel meer, waarom alleen h^ dien Naam kent, die dien Naam ontvangt." Immers, is de »Naam" d. w. z. onze eeuwige, onze van God verordineerde Naam, de bij-
Eindelijk.
zonderste aanduiding van het allereigenste van ons eeu-
wig wezen, dan kan daarom geen ander schepsel dien Naam doorzien en begrijpen, wijl zgn wezen, door welke schakeering dan ook, noodzakelijk van zen verschilt.
ons we-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's