Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 182

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 182

1 minuut leestijd

174

IV.

magteloozen beterlijke

en

reeds

hij

tegen

de

schoone

vrouw,

die

hij,

strijd

ijdele

VAN ZKGGELEN.

J.

man van

een

en

toen

nog bijna een kind was,

jaren

rijpe

maar onver-

geestige, zij

zich

tot

echt-

genoot koos.

Tn

den

Molière

dier

spiegel

op

dat

maatstaf beoordeelde

van

licht

bittere

van

het

verraderlijk

vlammen

wiens

weedom opgingen,

eigen

zeggen

,

zij

vreugden van het leven;

de

hij

fakkel,

dien

teleurstelling

zag

,

wereld en de mensclien; naar dien

de

tijdstip

allereerst

het

bij

over

zijn

doorzocht

hij

de diepste schuilhoeken

menschehart

en

van

de

melaatschheid

eeuw.

zijner

Van

daar,

hen,

volgens

verzen waarin Alceste,

van

de

verbolgenheid

zwellende

andere boetprofeet, aanklagt op

als een

aanklagt tegen zijne tijdgenooten indient; de minachting, waar-

mede

den markies en rijmelaar Oronte bejegent; de scherpe

hij

omtrekken

van

Célimène's

voordragen

het

wing,

van

voet

eener

maar wier een

beeld,

meent

beligchaamd

ketterie

wgsgeerige

stellingen,

rotsgevaarte

als

zich

,

men

zoodat

zien;

te

in

haar de ko-

de ernst van Philinte in

en gematigde levensbeschou-

golven aan den onwrikbaren een

voor

komen breken

een

tegen den nog verhevener ernst van zijn vriend.

Ik dat

Misanthrope

Eenerzijds

gezigten.

spraken,

konjektuur voor hetgeen

die

laat

Molière's

meer

een

zij

tooneelstuk

is,

en erken alleen

is

met twee

aan-

een bijna zuiver lyrisch gedicht in zamen-

antiek

dan fransch, zou men zeggen, maar in

elk geval zoo weinig geschikt

om

onder gewone omstandigheden

vertoond te worden, dat heden ten dage alleen het publiek van het

Théatre Frangais

van

buiten

kent

mert, in staat

is

en

te Parijs,

zich

er de volle schoonheid

Aan den anderen kant zielelijden

nuft,

maar

dat al de schoonste fragmenten

om knoop noch ontknooping bekomvan

te beseffen.

een uit de volheid van het menschelijk

gegrepen en aangrijpend treurspel, tintelend van verzoo sober tintelend dat, ook

staanbaar losbarst,

hij

waar de humor onweder-

nergens de grenzen eener ernstige levens-

beschouwing overschrijdt. Afgezien

den zijne

van elk

dramatisch

deugdzamen mensch, worsteling

wiens

effekt

is

idealen

met de werkelijkheid;

Alceste de type van

schipbreuk niet zoo

lijden

deugdzaam

in of

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 182

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's