Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 181

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 181

stichtelijke bijbelstudien

2 minuten leestijd

177

Heiligheid

Intusschen, ook dit zou voor de

des

nog

ongenoegzaam zijn. Dat Hij de onverHeeren mengde is en blijft, is nog niet de volle inhoud van Het plaatst tegenover de monsterTsraëls belijdenis. achtige afgodsbeelden der Heidenen niet zuiverder en reiner beelden, maar is naar Gods wet gebonden, zich van alle afbeelding volstrekt te onthouden, en zijn Heer en Koning te belyden als een Geest. In dien diepsten zin nu geldt de heiligheid alleen van den Almachtige en van den mensch, wien Hij ze toebedeelt. Noch de aarde, noch het planten- en dierenrijk, kunnen in dien zin heilig genaamd worden, wijl

een

volstrekte

ken

niet

bestaat,

bij

zijn

uiterste grens

ding bestaat onder

den mensch,

wijl

tusschen

afscheiding

maar

De

schei-

volstrekte

aardsche schepselen

alleen bij

een zelfstandig wezen

hij

rij-

andere

overloopt.

alle

deze

steeds het één in het

en dus

is,

het hoogste aller gaven, de aanleg tot een vrije per-

soonlijkheid lig,

bezit. Hieruit volgt

Heilig, Heilig !" niet slechts

's

dus dat het

Heeren

»

Hei-

volkomen-

heid toejubelt, maar tevens de belijdenis is, dat wij een persoonlijk God aanbidden, en juist in de kennisse van dat persoonlek wezen Gods hebben we daarom de hoogste Schrift te

uisse

vrucht

Ook

erkennen.

van

de

Openbaring

buiten die Schrift

Gods op aarde, maar

als

den Heilige,

den persoonlijk-levende God, aanbidt

der

er ken-

is

d.

Hem

i,

als

slechts,

wie het licht der Schrift opving.

We er

de

kunnen dit nu toch nog vluchtig afleiding

mensch

als

van

mensch

slechts uitspreken, op,

hoe ook hieruit

maar wijzen blijkt,

dat

den mensch uit het dierenras, den vernietigt.

Is hij uit

een hooger

12

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 181

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's