Uit het Woord - pagina 65
stichtelijke bijbelstudien
VIII.
VADER, ZOON EN H. GEEST.
den Naam
I;i
des Vaders, en des Zoons, en
des Heiligen Geestes.
Matth. 28: 19.
Met klimmende helderheid was dan aan Israël de geopenbaard. Al meer waren de nevelen
Naam Gods
opgetrokken, die de stralen van het hooge Licht be-
Klaarder dan of Abraham, of Mozes had Jesaia in het Wezen des Eeuwigen geschouwd. Wel was zijn blik, met dien van alle dragers der Openbaring, gericht geworden op éénzelfden God wel was hem geen Openbaring gegeven, die, als letten door te breken.
;
aan de oude Openbaring zichzelven nieuws werd toegevoegd wel heeft hij zich in geen au der heilgeheim kunnen verblijden, dan waardoor ook de ziel der Patriarchen was verkwikt geworden, maar iets in
,
;
toch
is
de volheid der genade, die tot de Patriarchen
en tot Mozes nog in ongebroken geheelheid kwam, aan Jesaia meer in de veelheid harer deelen en in den rijk-
dom
harer
onderscheidingen
getoond.
Met
gelijken
grond zou men dus beweren kunnen, dat hem rijke, als
dat
even
hem veel rijkere Openbaring was
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's