Uit het Woord - pagina 289
stichtelijke bijbelstudien
XVI.
HEILIGING IN DEN CHEISTEN.
Jaagt den
heiligmaking,
Heere zien
De
niet
in
na
met
zonder welke
allen en de niemand den
Hebr. 7: 14.
zal.
den zaadkorrel geboord,
en bloesem niet aan den stengel gehangen, maar
blad uit
stengel wordt
vrede
de korrel zelf
komt het
al
te
zaam
voort.
Ook
kan dus wel van afscheiding, maar niet van toevoeging sprake zijn. Wat na de wederde
bij
heiliging
geboorte te voorschijn komt, of in de eeuwigheid ontluiken de
zal,
diepte
stige
ontplooit
der
ziel
zich uit het
zaad Gods, dat in
werd weggeborgen. Niet de kun-
samenvoeging, maar
»
groei en
wasdom"
is
naar
luid de Schrift voor » heiliging" het beeld.
Die wasdom nu
mag met
de
» heiliging'^ slechts in
zoo-
wegnemen van kwade die wasdom is te wachten. Immers de elemenzelf, die teu wasdom strekken moeten, zijn bij den
verre vereenzelvigd worden, als door het
het ten'
wedergeborene steeds
bodem, waarin
hij
in volle
kracht aanwezig.
de wortelen zyner
ziel
spreidt,
De is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's