Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 176

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 176

1 minuut leestijd

l^'^

DR. A. KUYPEK.

kwam; omdat zij, in één woord, had opgehouden de ware drukking van het hooger onderwijs te zijn. Er

één reden

niet

is

ülanthropisch tingen

zamen,

te

mettertijd

met

gebied

waarom

het

verloren

heroveren zou.

andere

die op maatschappelijk en

zij,

meer gedaan

heeft

dan

alle liberale rig-

terrein

der

wetenschap

Doch dan

zal

menschen,

zijn

ook

van ons „M.

teloor

hart.

H.!

werd soms magtig.

door

terhart

Tasso

dichter

het

Goethe,

als

Christendom

heeft

zanger

den

ingedronken,

uit

zijns

kunsteeuw

Italie's

verteerd

voor Leonore

vorsten,

die

ten

tooneele

voert,

van Este, de doorluch-

op

Belriguardo

ontmoet.

waardig wijst de princes hem terug, alsof

zijn dich-

slechts

haar?

ydele

„¥ein,

idealen

hij

En wat antwoordt nu meinem Liede wiederklingt

najoeg.

was auch

in

bin nur Einer, Einer alles schuldig!"

idealen die

die nooit

drang naar die „Openbaring in het vleesch" te hoe hij, in zijn Torquato Tasso, den ge-

liefde

en

een

van

weet

dochter

Zacht

Ich

geur

de

Gij

lauwerden

voor

zelfs

onvervalschten

tige

menschen van vleesch en bloed, en wat zigtbaar, ook in wat tastbaar is, moet,

in

ging, het ideaal ons zijn werkelijkheid toonen, vervlugtigt in zijn dansende nevelen zelfs de bewustheid

het

als

""

nu Eden of

zij

duchtiger bewijzen optrede, dan er tusschen de bloemen van dezen amsterdamschen kam pvechteT

schuilen

„Wij

niet

het noodig zijn dat

en

redekunstig e

daarom,

uit-

hij

Het

zijn

geen holle

najaagt.

„Es schwebt kein geistig unbestimintes Bild

„Vor meiner Stirne, das der Seele „Bald sich überglanzend nahte, bald entzöge.

„En wat

is

hiervoor zijn bewijs? Hoor het in zijn eigen klanken „Mit meiuen Augen hab ich es gesehen, «Das Urbild jeder Tugend, jeder Schone.

„„Eene openbaring dus

ook

Tasso,

van

om aan

zijn

zijn

ideaal

in het vleesch," vraagt

werkelijkheid

te gelooven.

Hij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 176

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's