Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 205
KOÜl^MANS VAN BOEKEKKN.
H.
„Lievertje!
dan
ik
de
zou
al
Greef
myn
doet
kusje
een
„Maar
nek weinig
hebben
gebaat.
bijten."
In
dat
Kappipa
en
grootvader
bleek,
spoedig
stemming
vrolijke
die
elkaar,
den
likte
van
schouder
melk
en
het
aan
—
tafel
poesje,
zoo als
In het eerst
uit het schoteltje te zien.
liet
den schoot van
uit
van de kleine,
Toen sprong het
den ouden man, snorde
wiel, zette de klaauwtjes in de
gevoerd,
zich
kop
veelkleurigen
en deze viel het niet in daarom zuur op
zij
van het gezelschap.
zijn
Kappipa kijken; het
plaatsten
naast
de derde
slechts
diertje
het
Kappipa
goed,
nog een paar, en laat ons gaan ont-
dus
er
inderdaad
verheugd
en
verrast
weerwoord.
zijn
harte
gebroken
een
voor
het
van
zwak
oud,
grootvader
lach,
hartelijken
vaardigheid
de
over
je geneesmiddeltjes
en kruiden heb gehad," hernam
planten
alle
met
patriarch
tevens
meer vertrouwen in
hebt
je
in
ooit
197
als een spinne-
watten waarmee
zijn
japon was
en gaf weldra met nog grooter nadruk blijk van zijn
tegenwoordigheid, door met een van zijn fluweelen pootjes een opgewarmd kiekenboutje dat van gister was overgebleven, op weg naar den mond des Dokters te onderscheppen. Toen het ,
den
buit
beet
bek en pootjes
had wipte het op de
tafel
neer, en begon zich
wasschen.
te
Blijkbaar verkeerde dat drietal op den vertrouwlij ksten voet,
waarin lijke
niets
ver wonderlijks
neigingen
eenvoudigen wereldsche
allengs
man
stak,
daar een heele drom kinder-
weer den weg noch
behoeften,
pijnlijke
hadden gekweld, hy het overschot van even goedkoop,
in het
gemoed van den
wist te vinden, zoozeer zelfs dat, indien noch
kwalen zijn
hem
even genoeglijk zou hebben gesmaakt,
en Kappipa het hun speeltijd deden.
De oude Dokter
beurte
bij
leven even gaarne,
Dolliver en zijne achter-kleindochter,
als poes
—
het
woord alleen was zwaar genoeg om Kappipa' s tengere gestalte te doen bezwijken, zij hadden elkander aan de beide uiter-
—
sten
van den levenscirkel ontmoet: haar ochtendrood gaf glans
aan
zijne
hare
avondschemering,
bruine
opluisterde.
lokken
daar
het
zyne zilveren haren en
met dezelfde tinten van flikkerend
licht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's