Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ons huis - pagina 31

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ons huis - pagina 31

leerrede, gehouden den 18den Augustus 1873, in de Nieuwe Kerk te Amsterdam

2 minuten leestijd

33 zal,

dat daar wijl

Avijken, ziel

het onrustig heimwee voor eeuwig zal elke dorst gelescht, wijl elke nood der

vervuld zal

zijn

,

ja,

boven bidden en denken, wat

geen oor gehoord, geen oog gezien heeft en in geen in overstelpende weelde 's menschen hart is opgekomen, wie stierven in den voor door God zal bereid worden,

naam

Zijns Zoons. O, zalig

bloed

en

liefde

zij,

den band van in beteren zin dan

die door

verbonden, eens

David van Sim eï van elkander kunnen getuigen: „Wij wandelden in gezelschap naar dat huis onzes Gods!"

Waar van Aan

dit af zal

anders

niets

waarin ge

bij

uw

hangen? M. H. dan van de verhouding

sterven tot den Christus zult staan.

Aan Hem den Menschen zoon moet o-ekend.

Hem

Hij

is

de

elk

Rotssteen.

een hoog vertrek geborgen

als in

menschenhart

Zalig de

man, is.

die in

Maar wee

over den arme, of neen, den schuldige die met den laatsten golfslag des levens tegen die rots te pletter slaat.

Aan

Christus hangt het, aan

Hem

alleen.

Hij heeft

dat Huis der eeuwige heerlijkheid gebouwd. Hij draagt het door het

Woord

Hij zelf is de poorte

wig in dat Huis

Hem

staat,

zal

of ge

Zijner kracht, Zijn geest siert het,

waardoor in moet gaan wie eeuwonen. Of ge tegen Hem of met

van

ook voor u eens

het

Christus

zijt,

is

de vraag die

zal besUssen, of, als de

rouw-

klagers in de straten omgaan, Gods engelen daarboven juichen zullen: „Weer een zondaar gezaligd," of in hun !''

smarte toornend klagen zullen: „Voor eeuwig verloren De gang naar dat eeuwig Huis, waar Christus als Huisverzorger heerscht, is de gang der Heiligen. de psalmist in oude dagen zong: „De van uw huis, o Heer, eeuw in eeuw uit, een

Gel., dies reeds

heerlijkheid

is

sieraad en een eer." Heiligen niets

dan onheiligheid

nu in den Heere

in zich zei ven

zijn

zij,

die,

vindend, de heihg-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's

Ons huis - pagina 31

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's