Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 285

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 285

stichtelijke bijbelstudien

1 minuut leestijd

281

wederkomen

de

steeds vernieuwd

vergete,

dat

nimmer

in de

Nu

zijus

le-

dat de bekeeriug nooit voldongen

trekkelijk recht,

maar

schommeling

eindelooze

Hieraan ontleent de vermaning haar be-

vens ware.

voor ons bewustzijn en

uitsluitend

dit

is,

moet worden, mits men nimmer

diepten des levens

bij

onzen God geldt.

gebeurt het niet zelden, dat men, deze verschil-

lende

Christelijken levens verwarrend, als

des

feiten

wat in der waarheid dan het weeropleven van het bekeeringsbesef voor ons bewustzijn. Hiertegen echter moet gewaakt! Immers, de strijd waarin we het gevoel van deel der heiligmaking beschouwt,

anders

niets

is

verlatenheid

het

boven komen, behoort uitsluitend tot

te

gebied der eerste heiliging en

Ka

is

een daad Gods,

met de beweging van ons zondig

in tegenstelling

hart.

het doorleven van zulk een sombere ure zegt ons

ons

hart

onveranderlijk,

nederbuigen Gods.

dat

was

ons

tot

het een zich op nieuw

van

de Ontferming onzes

Begaat men nu de fout van deze hoogernstige

met het werk der heiligmaking

zielservaring

te ver-

dan ontstaat onwilkeurig de onware indruk, alsof we ook bij de heiligmaking ons den zondaar warren,

denken moesten

Wacht men omschrijft

keurig

als vijandig

zich

en

staande tegenover God.

daarentegen voor die misvatting,

beperkt

men

de

heiligmaking nauw-

haar eigen gebied, zondert

tot

af,

wat niet

de

leuze

tot

onzer

men van haar

haar behoort, en erkent men, naar

Vaderen, dat ze een gave

is

die uit-

Bondgenooten toekomt, d. w. z. dat van heiligmaking uitsluitend bij den bekeerde, voor zoover hy zich zijner toebrenging bewust is, sprake kan zijn, dan springt de ongerijmdheid dezer tegenstelling te sluitend den

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 285

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's