Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 80
JOHAN GRAM.
72 kerken
staan
tot
gebragt en
heeft
men hem deswege den
genden dag een kompliment maakt, dan wordt
„Laat ons hier
er
gen van
't
morgen
mij
om den
niet
lof
Ik kom
hooren verkondi-
te
daad, die een ieder in mijne plaats zou verrigt
eene
hebben,
nog
geen woord meer van reppen.
asjeblieft
belangstelling,
uit
vol-
wrevelig:
hij
Is
genoeg,
ellendig
al
brevet van
een
de courant van heden
dat
om
heldenmoed heeft uitgereikt,
bovendien op andere wijze overstelpt
te
worden met
lof-
tuitingen."
Als Martha\s onechte vader van Herman weten wil hoe hy denkt
over
„De wereld
de
in
kerk
sloten
Natuurlijke
heeft.
schijnheilige
hebben
kinderen
stadhuis en
't
geen
regten
;
zij
fatsoenlijke familie zou
eene
wanneer zy een onecht kind
Kils]
Ik begrijp dat volkomen.
uw zwakken
gemaakt van
die op
Met drogredenen heeft die ellendeling u trachten te bewijzen, dat gij zoo
opnam.
handelen moest.
worden beschimpt
Zij
eigenbelang of convenance, ge-
compromitteren,
te
dan vat Her-
niet als een fout aanrekenen;
veracht en
iedereen
haar schoot
[de
u
huwelijk, uit
zijn
worden door meenen zich in
onschuldige,
dier
't
van denzelfden vader,
kinderen
de
zal
kinderen worden verstooten.
natuurlijke
door
verloochenen
het
man vuur:
u
en
geest
Hij heeft misbruik
tot een
daad aangezet,
eigenlijk onmenschelijk is."
die
Als
heer
dezelfde
Lutten,
gewetensangsten
dien
een
tot
naauwgezet christen gemaakt hebben, met smart bemerkt dat Herman zoo min luthersch als gereformeerd is, dan verdedigt
Herman mij
op
zich
staanden
het
ontspruit
dat
schilligheid,
hoofdzakelijk,
voet
volstrekt ik
tot
omdat
bij
uit
ligt zinnigheid
kerkgenootschap
geen
„By
elke verdenking:
tegen
niet
of
behoor,
onver-
maar
de meesten het dogma alles beheerscht
en de eigenlijke godsdienst op den achtergrond geschoven wordt.
Godsdienstige polemiek selen
bevestigen
en
en
allen
kritiek, twijfel
plaats dat
in
doen
zij
verdwijnen,
de begin-
doen
de
meesten wankelen en vermenigvuldigen den twijfel in het oneindige.
De ware
regtschapen te ziet
hebben, dus,
godsdienst
te
leven,
en
zijn
dat
ik
mij
naar
naaste
naar mijne meening, in
bestaat, billijkheid
als
vasthoud
zich
te
God
lief
beminnen.
U
handelen.
zelven
te
aan de groote zedelijke waar-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's