Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 23

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 23

stichtelijke bijbelstudien

2 minuten leestijd

19

Nemen

dns den »Naam" en het » Wezen" als dan zien wij die beide lijnen in Eden elkander volkomen dekken^ na den zondeval al meer ui té én ge gaan, op het gebied der Godsopenbaring steeds meer tot één neigend, en eindelijk weervolkomen samenvallend in den » Hersteller en Be-

twee

wij

lijnen,

houder," die aan het menschenhart terugschonk, het in Eden verloor.

Maar

daarbij

Middelaar

blijft

kwam

de H.

niet

staan.

De

éénheid

van

niet

Schrift

om

slechts,

de

wat

Naam'^ en » Wezen" weer te t o o n e n maar om de geroepenen van den Vader tot die éénheid terug te »

,

brengen. en zal

Natuurlijk die eenheid ligt in het eeuwige,

dan openbaar worden,

eerst

ons

als

verheer-

Wezen daarboven met dien Naam zal genoemd worden, waarmee we gedoopt zijn door God. Van Igkt

dien »Naam^' spreekt Jezus, als Hij van

den goeden Herder getuigt, dat »hij zijn schapen bij name roept. Die »Naam'^ en niet onze aardsche naam staat

boek

daarboven geschreven in »het

Die »Naam''^

komt

ontferming roept, en daarom heet het

niet,

want Ik heb u

Naam ren

verlost.

des

bij

Jesaia:

Ik heb u

geroepen.'^ Verlossen en roepen

Naam

is

levens."

Heer ons

tot ons als de

in

bij bij

zijn

«Vrees

uwen

den wa-

dus één, wijl juist daardoor de band des

doods in ons gebroken wordt. Niet de naam, dien we

van onze ouders ontvangen, maar die eeuwige, van God gegeven, van God ons voorbestemde Naam is het,

Van mijn moeders Heer mijnen Naam ge-

waarvan Jesaia getuigt:

ingewand meld

(H.

kend,

men

af heeft de

XLIX: leze

1);

dan

of wil

wat

hij

men

het scherper getee-

in het

LVI^ Hoofdstuk,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 23

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's