Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 286

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 286

stichtelijke bijbelstudien

1 minuut leestijd

:

282 helder

in

om

ontkend

of voorbijgezien te

uit de diepste

en innigste ervaring

oog,

liet

kunnen worden.

Wie met Panlus

der ziel getuigen kan: »niet meer ik tus

worden

als

is,

en een levend

leef,

maar Chris-

wie één plant met den Heer ge-

mij/'

in

leeft

rank op den wijnstok werd lidmaat in het mystieke

ingelijfd,

lichaam des

Heeren wierd, kan in deze hoedanigheid niet meer in tegenstelling met den Heilige gedacht worden, tenzij men de mogelijkheid eener tegenstelling aanneemt tusHebben we ons dus schen den Vader en den Zoon. dezen regel

aan

houden, dat

te

voor zoover wij

er,

het mystieke lichaam van Christus staan, geen

niet in

sprake

en evenzoo, dat

van heiligmaking,

is

bij

ver-

eeniging met den Christus alle tegenstelling met den

Eeuwige wegvalt,

Wie werkt

dan

volgt

de heiligmaking?

dat de vraag

hieruit,

God

of de

mensch? reeds

moet verworpen worden, en naar luid de uitsluitend noch in den éénen noch in deïi anderen zin mag worden beantwoord. Men heeft niet zelden gesproken van een »godmen-

als

vraag

Schrift nooit

schelijk" leven.

moge,

toch

Hoe

bedenkelijk die uitdrukking ook zijn

van deze innige

ter verklaring

heeft ze

dooreenwerking een betrekkelijk recht.

Goed

te

keuren

lijk," tenzij

is

deze uitdrukkincr

dan waar van

borgen wezenheid sprake

»s;odmensche-

den Christus in

is,

zeker niet.

zijn

ver-

Hij alleen is

de »Godmensch", wyl Hij der goddelijke en der menschelijke natuur beiden in vollen

ken eenheid deelachtig baart

Hij

schen/'

niet

mits

tot dit

is.

Die

omvang en ongebro-

Hem

»Godmenschen,^'

woord worde

toebehooren,

maar

tot

her-

»men-

opgevat in de hoog

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 286

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's