Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 347

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 347

stichtelijke bijbelstudien

2 minuten leestijd

343 eeuwigheid ten volle uitput, maar toch zulk eeu ontfer-

ming

om

laat zich

het geloof denken, wijl ze juist mijn

volstrekte onwaardigheid onderstelt en uitsluitend door

van Gods

liefde

zij

wordt

bewogen. Maar dat op mij,

voorwerp eener eeuwige ontferming, meer nog dan de

hemeldauw der erbarming, dat op mij Gods liefde, ja nog sterker, dat het welbehagen Gods zegenend op mij rusten zou, dat 's Heeren » vermaking" en de van den driemaal Heilige in mij zou kun-

» verlustiging'^

nen

zijn, als

outdekte zijn aldoorboorende blik in de diep-

ten mijns inwendigen levens, in de verborgen schuil-

mijn nog niet ontsloten

plaatsen van

wezen,

de geheimzinnige plooien mijner

ge, in

ziel,

of wilt

een

iets,

hoe gering, hoe nauw bespeurbaar ook, dat Gode vermaak gaf, dat den Heilige Israëls behaagde en

waardoor

zijn

welgevallen werd

uitgelokt,

gedachte schijnt zoo beleedigend voor

die

's

ootmoed, zoo zijn levendigste zielservaring kend, kortom

zoo indruischeud tegen

al

reeds^

Christens

weerspre-

wat hem van

kennisse Gods en keunisse aan zichzelf openbaar wierd, dat een geslacht wel

moest

zijn,

die in dit

geesteloos, een prediking wel dor »

Welbehagen^' zichzelve kon be-

hagen en van dien strijd Ter oplossing van dit dezen al te

dit

strijd,

verzetten

ter

verzoening

van

we ons daarom tegen de maar

gangbare opvatting van het Engelenlied, als ware »In menschen een welbehagen" van

slotrefrein:

een zeker

onvoorwaardelijk

als

welgevallen

te

verstaan,

meusch

Zoon en Heilige Geest zouden hebben. Hetkindekein de Kribbe uiting, maar grond van Gods welbehagen

dat Vader,

is

niets ervoer. raadsel,

in

den

mensch

niet

in menschen.

Hg

zond ons den Zoon, niet

wijl

Hij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 347

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's