Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 192
184
DR. A. PIERSON.
geslagen,
en
en
onder zijne "behandeling, dit schijnbaar dor
lioe,
tijdvak
duister
beurtelings
vonkelt
en
Volstrekt
bloeit.
met reden.
niet, en
Van Taine
bestaat
eene
meesterschap Taine's
over
den midden-eeuwschen
over
studie
roman Reinout van Montalhaan
waarin
,
bijzondere in dat rijmwerk spreekt.
het
In
wordt aan de midden-
Litteratuurgeschiedenis
EjigelscJie
met de hem eigene
hij
eeuwen eene breede en doorwrochte afdeeling gewijd. In één woord, Taine heeft, gelijk men zegt, op zijne wijze aan de midden-eeuwen „gedaan." Vinet daarentegen schreef, voor zoo ver mij bekend één
enkele het
hij
sche of
der
daaromtrent.
Daarna
is
naderd
en
omdat
Zijne oudste litte-
hooger op dan de fran-
nie t
16^^ eeuw, de tijdgenooten va n Montaigne is P ascal zijn hoofdpersoon! R ousse^ de •18'ie eeuw gevan al over 'de i9^ geschreven",
In de 11^^ eeuw,
met
hij
Voltaire
het
heeft
en
breedst
met Chateaubriand en mevr ouw De de midden-eeuwen, geen woord. beginnen
te
is, nooit
er zich,
liet
zelden over uit.
klimmen
onderzoekingen
moralisten
onderwerp en
dit
was,
meester
niet
rarisc he
over
studie
Over
StaëÏÏ
Het geheele argument, door Pierson aan Taine's opvatting eeuwen ontleend, en als de veroordeelende toetssteen van
dier
Taine's kritiek voorgesteld, ligt in het water.
bewijs bij
voor
iemands goede
op
Pierson
deze
aarde
weet
zelf
getuigt
niemand
anders
op
er
handen
redelijk dit
ze
laat
indruk legt:
terug
hij
mensch
oneindig veel?
regt
als
te
iets
van Taine: ziet,
te
Of Vinet
van Sint Anna onder „Hij
onder
Het
een staat
hem
de
ziet
bepaald
licht,
terstond
vrij
,
gij
leest,
uw
zijn
dat
het
zoo
zijn
op
uw
het boek uit de
Wat
noemen wil,
u kan een
Taine
sleept
évenmensch meer verlangen?
ondank
loopt".
dingen zooals
u
komen, wanneer gij
naar
altijd
van het schoone en kunnen genieten, zoo lang en
u, door zijne oogen te zien."
van
het
is
of Pierson heeft
,
me thode,
goede
vragen,
maar zoo lang
dwingt
weinige,
geen
te
welligt
vallen.
gebleven
slechts naar een stok gezocht.
het
niet
of er
geest
mede;
vind
mij
geloofsbelijdenis
niet
eersten
schuldig
wraking van Taine
zijne
Ik
men
meerderheid
zijner
En
is
niet reeds
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's