Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ons huis - pagina 9

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ons huis - pagina 9

2 minuten leestijd

„eeuwig" huis ontbreekt

alles beslissende bijvoeging

en het

hier,

God

triomflied tegen Bildad, den Subiet: ,,Ik zal uit mijn vleesch

aanschouwen!",

daarop volgend, toont voldingend, dat

terstond

door Job aan geen eeuwig rusten in het graf

verband van

bovendien, het

's

eigen woord verbiedt

Predikers

kort saamgevat zijn slotvermaning,

om

Hem

vrees

doen komen, want de mensch gaat.

daar eeuwig te

blijven'?

...

leven, dat heeft

nog

God, want straks daalt

vraag die zich

met het

parallel

mag

in

verloren.

Dat

u in het ge-

die

naar

voor

ge

om nimmermeer

eeuwig in

het ongerijmde verliest.

en ons hoofdstuk

slot

wordt daar kort vooropgesteld wat ons hoofdstuk

breede

uitwerkt:

uw

u

o,

dingen in het gericht zal laten komen, ijdelheid". Staat

is

richt, dan

mag ook

daar dus

want

achter

't

gericht brengen, met zij

kwaad.

(vs.

deze

een ge-

in

wat aanstonds

ieder

werk in het

is,

En wane nu niemand,

het

zij

goed het

dat dit gericht op

hem van

Predikers eigen lippen de betuiging tegenvoeren: „Er

zijn recht-

vaardigen die in is

wat verborgen

al

ik

de aardsche 's

14.)"

al

zal

den

eeuwige woonstede

hier het graf niet als

eeuwig huis volgt: ,,Want God

in

jeugd en de

de

het graf

genomen worden. Zoo vindt ge het dan ook op

oog

jeugd en laat

maar weet dat God u om

hart zich vermaken,

jongheid

uw

jongeling in

dat de

uit het

Slechts

„Verblijd

een

van inhoud.

gelijk

is

is

komt

Daarbij

te

Vreest

:

de groeve,

van ons vorig hoofdstuk niet

slot

zijn graf,

Maar wat het beteekenen zou

zin.

luidt

Maar immers dat ware ongerijmd.

en drinkt, want morgen sterven we,

Eet

Maar

gedacht.

„Gedenk aan uwen Schepper, dus immers

deze uitlegging.

richt zal

is

er

vergelding

die

in

doelen

zou.

Dan toch zou

hun gerechtigheid omkomen, en goddeloozen

hun boosheid hun dagen verlengen" profetie van

gericht.

Maar het

(VII: 15).

gericht

Ook op aard

komt ook voor

den Prediker hier namaals. Het stof moge voortaan

in

het graf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's

Ons huis - pagina 9

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's