Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 371

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 371

stichtelijke bijbelstudien

1 minuut leestijd

367 die eertijds

ziel,

twee waren, moet door de versmel-

ting des geloofs één onoplosbaar leven worden. Stond ik eerst naast

moet

Hem

in

om

worden,

besloten

Hem,

en tegenover

weggenomen,

ik

de

tot

uit die afzondering

Hem

overgezet en in

openbaring van Gods

Welbehagen te kunnen geraken. Christus volbrengt Welbehagen Gods eeuwiglijk, dus ook in zyn

het

en de levensvraag mijner consciëntie

lichaam,

is

dus

maar, of ik zelf in dat lichaam ben ingelijfd, of het organisch

leven

dat lichaam ook mijn ziel

van

met

het Hoofd des lichaams in verband brengt, ja, of ik

zoo

met

de

van

dat

mystieke

levenswarm te

mijner

vezelen

ben van en verkoeling

koude en warmte van

de

Streng genomen leven

dus

ziel in

het

is

myn

»

Gode

den

is,

d.

dat

Christus,

Gods, naar

's

w.

z.

.is

met

welbehagelijk'^ op ons

toepassing, als dit

onvoorwaardelijk uit den geloove vloeit. geloof niet

dat de

eigen ziel

dat lichaam wisselen.

in zoover van

slechts

het cellen weefsel

ingeweven,

lichaam

Wat

uit het

met maar één werk

niet uit het levensverband

zonde.

Er

Heeren eigen woord,

is

dit namelijk,

»dat

!^' gezonden Stelregel voor het doen van Gods welbehagen is en blijft dus het woord uit den Hebreërbrief »God is

we

gelooven

Hem,

in

dien

heeft

Hij

:

het, is,

in ons werkt,

zelf

die

wat

Hem

welbehagelijk

door Jezus Christus.^' Maar

hierbg

kunnen

klacht van ongeloof

geloovige

gedoogt

van

te niet,

is

we

menigvuldig. dat

blijven.

De

Het eindige onzer nataur

we ons ongestoord

het eeuwige verliezen.

we ons

niet staan

daartoe juist op de lippen des

in de diepten

Uit dat eeuwige, waarin

verzoend, gerechtvaardigd en geheiligd weten,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 371

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's