Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 17

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 17

stichtelijke bijbelstudien

2 minuten leestijd

13

Adam

der dieren door

De Heere

veeleer een diepe zin.

had den »Mensch" gekroond tot kroon der schepping. was de heerschappg over alle schepsel op dit benedenrond gegeven. Hij was bestemd, om als ware

Hem

het de middenschakel te z^n

den

zou

Schepper

,

schepping met

die deze

Die heerschappij van

verbinden.

mag

den »Mensch^' over de dieren des velds gezocht worden

bedwongen werd.

dier

tot

Adam, en

Veeleer komt

dus niet

waardoor

in uitwendig geweld,

het

het gedierte

al

legt zich voor zijne voeten neer, be-

bedwongen door de onzichtbare macht van geestesmeerderheid, die door den »Mensch" onmiddellijk op het dier werd uitgeoefend. Hij bezag dus het heerscht en

gedierte dat als

hem kwam,

tot

niet slechts

uitwendig

maar doorzag het met onmiddellijken

wij,

blik in zijn aard

en

inwendig wezen.

daardoor van elk dier dat tot

Hij

hem kwam

geestes-

ontving

een indruk,

aan het wezen van het dier beantwoordde, en de klank nu, waarin hij dien ontvangen indruk uitsprak, die

dat zou de

de

naam

eigenheid

van

van het beest

zijn,

een

naam waarin Dat

het dier werd teruggegeven.

zóó werkelijk dit bericht moet verstaan worden, blijkt uit het slot van vs. 20, waar na de vermelding der naamgeving in ééneu adem volgt: »maar voor den mensch vond hg geen hulpe, die als tegenover hem

Hoe zou

ware." in

Adam

wekt

zijn,

zoo

vindingrijkheid

ware ?

die behoefte

aan een

medemensch

door de naamgeving der dieren kunnen ge-

Verstaat

hiermee in

slechts

zijn

het verzinnen van

men

onuitputtelijke

namen bedoeld

het daarentegen in dien zin

,

dat

de naamgeving slechts het uitspreken van den indruk was, dien het dierlgk wezen op

hem

maakte, dan valt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's

Uit het Woord - pagina 17

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's