Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 136

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 136

1 minuut leestijd

128

DR. A. PIEUSON.

der

geschiedenis

wijsbegeerte

voorwaartsche beweging tyd:

sten

ontdekking

de

namelijk,

van natnurfilosofen gedaan wereld een gewrocht lijken

den

laat-

door eene bepaalde klasse

dat waarneming nooit tot kennis der

,

is

leidt,

De opkomst,

geest.

maar eene

filosofie in

maar de zinlij k-waarneembare van den zelfstandig werkenden mensche-

werkelijkheid

objektieve

eeuwen,

vroeger

in

op het gebied der

woord, van het fysiologisch

in één

idealisme.

De Doch

opstel doet

denken aan eene oordeelkundige

dit idealisme,

in zijn begin en zijn voortgang.

van het

titel

beschouwing van

meent de auteur het

zoo

navorschingen

het

in

worden door hem

als

De

niet.

resultaten der jongste

natuurkundige

der

wetenschappen bekend en bewezen ondersteld. Hij noemt rijk

geen

enkel geschrift, zelfs geen enkelen schrijver, maar spoedt

zich

tot

hem

mededeeling van hetgeen

de

op het hart

en

ligt

er af moet.

Met andere woorden iemand

van

steengroeve

duistere zich

hem

scheen

telkens

geen

merden;

hebben

te

weder

aan

komen

weinig meer

hij

van

en

het

dof

was

zijne

alsof

bodem gangen

de

lage

ademhaling belem-

walmende flambouwen

wanden

om hem van

geluid

ongelijke

dan een koortsaanjageud vocht,

dat in dikke parelsnoeren langs de

den horizont,

De

het

;

ver voor

eindelijk

onderaardsche

de

drukten en

borst

de gewelven eener

in

rijzen.

het spookachtig schijnsel der

bij

onderscheidde

daagt aan

dag

omgedoold,

ziet

zullen

te

zijne

geschreven in de stemming

is

geheelen

struikelen;

einde

op

kruisbogen

het stuk

,

een

daglicht

het

uit

deed

na

die,

eigen

zijner

Doch daar

zijpelde.

die zweetende rotsmuren

voetstappen

te

troosten,

met elke schrede voorwaarts een weinig grooter wordt, en ten laatste den omvang eener poort bekomt. een lichtende stip,

Groddank!

hy

de

zon

die

Daarginds,

weder

zich

weder uitspannen

zijn

bedrijf

weder

den drempel van dien uitgang,

op

schijnen

over

hand

het

in

aan

dal,

ziet

den blaauwen hemel

de groene bergen, den mensch en

hand

gaan.

De nachtmerrie

is

geweken. II

Dit eigen zielsproces

is

het, welbezien,

wat Dr. Pierson een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's

Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 136

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873

Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's