Litterarische fantasien en Kritieken - pagina 199
KOOPMANS VAN BOEKEREN.
n.
Echter verbeeldde geweest
dat de neep niet zoo nijdig was
zich,
hij
van
die
als
ging
Wat
pijn
is
een tril-
nadat
verzwakken haast
in haar
die
over,
hem
de aanval in eene
bovendien,
gister;
omzien duchtig zeer had gedaan, lino-
anders
dan
al
zijne
191
iets streelends kreeg.
wat
slechts
pleizier,
hij
sterk
te
aan-
gezet ?
Behoedzaam malen bed
in
den vloer; toen stond
op
op
huisraad
stuk
Het waren van
bewegingen, niet meer dan een paar
bragt de goede Dokter het eindelijk uit het
steenende,
hij
eene wijle
met rakelingsche ruggen, allerlei gedaanten van
stoelen
—
waarin
eikenhout,
van het eene
stil,
andere starende, alles even ouder wetsch.
het
een kabinet geziene
nooit
nimmer ergens groende, een geeen tafel met tal van pooten, waren gesneden, slachtsboom op een uitgebleekten merkdoek achter glas in een
—
—
gezet,
lijst
aan
—
—
en
potjes
en
—
in
een donkeren hoek einde-
fleschjes,
behalve
alles
oogelijk
te zien.
Van steun zoo
menigte
eene
lijk,
als
een plank, die boog onder het wigt van boeken
gebonden,
chagrijn
in
van loover
kransen
en
dieren,
naar gene blikkend,
deze
aan een der
gaauw
niet,
werkelijkheid die
stijlen
zijn
hield
hij
de
regterhand ten
van het groote ledikant.
traag
Het ging
brein op de hoogte te brengen der
hem omringde.
Het voorwerp, dat het meeste bijdroeg om Dokter Dolliver volkomen te doen ontwaken, was iets zoo vreemds, dat men bij
dat
den eersten aanblik geneigd zou hij
het,
zooals
meêgehragt. tusschen
de
verweerde
Dezelfde
groote
vloed
stond,
zijn
uit
geweest zijne
van zonnestralen,
te
gelooven,
droomen die den
had
Dokter
bedgordijnen had. verblind, schitterde thans op het verguldsel,
had versierd: lijk
daar
het
't
geen
dit
geheimzinnig symbool eens
het volle licht zag
bij
was,
slang
die
zich
om
men
dat het een vervaar-
een houten styl slingerde
en van den vloer des vertreks tot de zoldering reikte.
Het was blijkbaar een voorwerp, dat er zich op te goed mogt doen, niet van gister te zijn; het was zoo overoud, dat de houtworm zijn oogen had uitgegeten en de punt van zijn staart afgeknaagd
;
ook leed het geen twijfel dat het aan
wind en weer was blootgesteld geweest, want een
allerlei
soort
van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 230 Pagina's