Uit het Woord - pagina 393
stichtelijke bijbelstudien
XIII.
ONTFERMING OM DER ZONDE WIL, EN TOCH EEUWIG. In
mijn
Welbehagen
my
heb Ik
over u o ntf er md. Jesaia 60: 10b.
Na
we tusschen Ontferming en
het verschil dat
Welbehagen
aanwezen, rest ons ten
slotte
nog de
eenheid op te sporen, die beide uitingen van het le-
ven Gods verbindt. die z^'
:
we in
Reeds de godspraak van Jesaia, schreven, toont welk dit verband
hierboven
den diepsten grond
is
het » Welbehagen" Gods
vaste bodem, waarop ook zijn » Ontferming" rust,
de het
»
Welbehagen"
is
de bron waaruit ook de
»
Ont-
ferming" voortvloeit.
Vergelgking met het Godswoord uit hoofdstuk 54
:
8
bewgst overtuigend, dat we deze uitspraak in gemelden zin
hebben
te verstaan.
Daar toch heet het: »In een
kleinen toorn heb Ik mijn aangezicht van u een oogenblik
heid
maar met eeuwige goedertierenIk mg uwer ontfermen," Wat in het 60ste
verborgen, zal
26
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1873
Abraham Kuyper Collection | 520 Pagina's