Liberalisten en Joden - pagina 33
;
31 Boden sei, uuf dera diese Staaten Wurzel pjeschlawen haben, und dasz jeder Staat, wenn er seine Dauer presichert sehen, wenn
der
er die Berechtiguii» zur
Ftir micli sind
sondern
auf
wird.
liestrittcn
Existenz nur nachweisen will, sol)ald sie
reliariöser
Grtindlagf;
sich
befinden miisz.
Worte «von Gottes Gnaden" kein
ilie
leerer Schall,
sehe darin das Rpkcmitnisz, dasz die Fiirsten das Scepter, was ihuen Gott verlieben hat, nach Gottes Willen fiihren wollen. Als Gottes Willen kann ieh aber nur erkennen, was in ich
den christlichen Evanjielien i;eotrenI)art ist und ich glaube in nicinem Rechte zu sein, wenn ich einen solchen Staat einen Staat nenne, welcher sich die Auf<^abe
christlichen
«jestellt
hatt,
Lehre des Christenthums zu realisiren, zn verwirklichen Wenn auch die Liisuns: nicht immer (i:elinf;t, so 2:laube ich doch, die lli a siru no; der christlichen Lehre sei die Aufdasz w r aber m t H l f e der J u d e c ^ a b e des Staates diesem Zwecke niiher kommen sollten als bis her. kann ieh nicht jrlaubon. Erkennt man die reliü^iöse Gründlage des Staates überhaupt an, so, cjlaube ich, kann diese Grundlafje bei uns nur das Christenlhum sein." ').
die
.
1
.
.
i
i
;
i
i
Mag
zouder overdrijving gezegd, dat reeds hiermei- de aan de orde was, ze werd het nog meer door deze twee bijkomstige omstandigheden. Vooricrut door de bewering van onze hberalisten, waarop (hpractijk hunner lasthebbers liet zegel drukt, dat noch ultramontanen, noch antirevolutionairen voor zekere lands-
(juaestie
betrekkiuEren benoembaar
')
Ik
Ook pun
beo ik
geen
him
ziin.
vijand der Joden. Ik htb hen zelfs in vele gevallen
alle
nrht'ii, slechts niet
om
in ef:n
('hristel'ijkfn
lief.
Staat een
oterheidsambl te bekleeden. Naar mijn ine<'iiii!p, i» het begrip van Christclijken Staat zou oud als het> voormalige lieilige Rouirische Kijk, zoo oud als Ae dnt is juist de grond waarin deze Staten gtzamenlijkf, Europeesihi- Staten wortel hebben geschoten, en elke Staat moet, wil hij i^ijn voortbestaan verzekerd zien. of zijn rerhl lan bestaan, waar dat bestreden wordt, l)ewijzen. godsdienstigen grondslag ilaan. Voor mij zijn de woonlen .bij GoJj 0|) genade*' geeu bolle klank, maar ik zie daarin de erkenning dat de voistcu den scepter, hun door God toevertrouwd, niuir Gods wil zwaaien willen. Als den uil van God kan ik <Thter alleen datgeeu erkennen wat in de Christelijke Evangeliën is geopenbaard, ei ik geloof in mijn reeht te /.ijn. zoo ik onder een ("hristeliikeii Staa', zulk een versta, dit- zieh ten taak heeft gesteld, de leer des Christcndonit in praktijk te brengi-n, tot werkelijkheid Slaagt men er ook niet altijd in, touver te komen, torh geloof te maken. dat het in praktijk hrengi^n der Christelijke teer de taak dei Staitti is ik maar dat wij met de hulp der Joden nader lot dit doel zuUen komen dan wij nu z'jn, kan ik niet gelooven. Erkent men in 't algemeen den godsdienttigen giondslag van den Staat, dan kan die grondslag bij ons het ;
Christendom
iilleen
zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1878
Abraham Kuyper Collection | 40 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1878
Abraham Kuyper Collection | 40 Pagina's