Twaalftal leerredenen - pagina 235
(eerste en tweede zestal)
:
235
GODSDIENST EN ZEDELIJKHEID.
zoudt
uwen God
goed,
wél
willen
uw
voor
u
die
schat,
stoffelijken
dankzeggen,
wél voor dat aardsche
uw
kleeding, wél voor den
en
voedsel
toebetrouwd, maar van die »perel
is
van veel grooter waarde", van dat Leven daarbinnen, van die hoogere
kracht
»dit
hooger
het,
om
in
mij een
ge tot den Heer willen roepen
zoudt
u,
heb
goed
mij zelven verworven:
ik
Uwen hemel
plaats in
U
breng
verwerven
te
ik
Maar
!"
God op voor u de Bron te zijn van het was het minder deel uit Hem, het meer-
immers,
dan
hoogste
goed;
dere
u zelven geworden, en zelfvereering zou u voegzamer
uit
hield
dan
wezen, dan de aanbidding van zulk een God. Ja, het is niet alleen
uw
delijk lijk
om
Immers, zoo we dat zede-
der
leven
machtige
nu, wat
is
den
in
zin
opvatten, dan
heiligheid
der wereld,
Zijt
maar
als 1
is
waardoor dat leven
drijfveer,
zelfverloochening?
de eisch van
zelfs
dat volstrekt en onvoorwaar-
en doorgevoerd geloof roept.
leven een oogenblik niet
het
de
de godsdienst, maar
hooger-zedelijk leven, die
''
»zelfverloochening' in
ons werkt.
En
ge nog van hen, die daarbij
alleen aan een verloochenen van uzelven voor den naaste den-
maar één e maakt en vrede brengt: de verZoo althans moet ze hier loochening van uzelven voor God. genomen, waar in Jezus' naam Zijn gemeente te zaam vergadert. En dan vraag ik u met vrijmoedigheid, Gel., oorken, of hebt ge het reeds van Jezus geleerd, dat er
zelfverloochening
deelt
zelven,
God
zou
ons
of
zijn,
vernederen
het
heilige,
is
niet
die zalig
dat
een verloochenen
zoo
we
de
van
hand op
de Heer
Vraagt
van
bete
elke
laten
dankend
en
de Heer! kortom, zoo
tot
we
ons
eere
geven,
zedelijk leven,
ons
zelven
te
bij
Hem
het eeuwige raakt, voor
weg denken, en Hem denpunt
bij
onszelven
broods
voor
voor
Hem
willen, bij elke vreugd, die ons te beurt valt,
varen
ons zelven
gend:
is,
Hem
leggen,
wat
niet het
wijken, ons zelven
maar....
met
opzien, betui-
alles,
om
roepende
in het
des
afsnijding :
Hier
mid-
geloofs,
werkt
niet.
ge,
of
gekend worden.
dan toch de boom Ik
niet
aan de vruchten moet
antwoord: gewisselijk aan de vrucht, maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's