Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 67

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 67

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

67

CHRISTUS, DE BRON VAN ZEDELIJKE KRACHT,

dalen

de diepte uws levens, waar de kracht

tot

worden

moet

voorspel

Uw

gewrocht.

u Gel.

het

.

.

ach,

.

ik

weer en telkens weer op teleurlang meer of in dezelfde zonde valt

het zal

!

uitloopen, en niet

stelling

volbrenging

tot

voornemen.

beter

ge weer terug, dien ge dezen morgen aan dien plechtigen disch toch

zoo ?

pen

om

beter

slechts,

zijn,

Neen,

!

Wat

doen.

Christus

zoo

en

ook u toeroept

van

u

maar om

noode

zal

in

eeuwige

maar

dat

ge

eeuwig

des

en

leven,

!

uw

ge dan moet

zult laten glip-

eigen

niet

is

weet

ziel

Hem

aan

is ?

zonder Mij kunt

:

wilt,

Hem

dien

levens,

worden

u

maar

O

?

het

is?

het

niets

gij

dien disch,

fontein,

de

al

maar

Christus

een

tot

die

van uzelven geheel

te blijven, o!

slechts die enkele zonde uitdrijven,

water

En wat

.

maar

avondmaal te zoeken. Niet om Zijne hulpe Hem, den Christus zelf, moet het u te doen

eens ingeplant, in

het

.

maar wat u van noode

die

dat

in

om Hem

.

de zonde voort te varen

in

leenen,

te

.

!

ge dan ook dat voornemen

of

Gel.

oor

hebt afgezworen

heilig

doen

dorst

dan

zult

afziet,

ge niet

die éene druppel

van

u dezen morgen bood, springende

uwer

tot

in

het

voor nu en

ziele

lescht.

Maar hetzij ge dan in verlegen stemming des gemoeds, of met betere voornemens, of wellicht geheel onaandoenlijk van dien disch des Heeren zijt opgestaan, dit, M. Vr. moet ik u !

allen

op het harte binden:

crament

worden

is

geschied,

en

Waan

dus

kan.

daarmee

uit,

Hem

niet

is

nog dezelfde

Want immers

Uw

deelneming aan dat

dus

een

feit,

dat

niet

heilig

sa-

herroepen

niet,

dat ge, ook al bleef de vrucht

als

voorheen zoudt kunnen blijven.

zoo uitdrukkelijk zegt de Heer het, dat, wie in

blijft,

niet

maar geen vrucht

draagt,

maar wegge-

worpen en verteerd wordt door het vuur. Ziet, dat juist is het kenmerk van het Heilige, Gel. dat het nooit krachteloos is, maar van zelf ten vloek wordt, zoo het niet ten zegen kan gedijen. Wie met den Christus, zij het ook slechts uiterlijk, !

in

aanraking

maar moet,

komt,

die

kan

niet

blijven die hij vooraf was,

öf ter opstanding, of ten val, de oneindige kracht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 67

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's