Revisie der revisie-legende - pagina 13
»PUBLYCK epistel" AAN DE. schreef
Vooruit
wonder zou
wel
en gaarne
11
»Leidsche Professoren," dat het
het
groote
aantal feiten, dat ik
te
ordenen had,
over het hoofd zag, of misverstond
iets
meer dan
;
dat er alleszins grond bestaat voor de opmer-
b. v.
óók
ik aanduidde,
te
rekenen
met het
viel
bij
het
collegiaal
de corps van de Academische heeren tegenover de Ecclesiastieken»
(?sprit
Maar harnas
malie
enkele
het
lijf
daarom hebt Gij my toch het pantsier nog den helm nog niet van het hoofd gestooteu; of, zat,
en
buiten beeldspraak,
gewrongen aan het
wijzen, die mij scheef of
te
den gordel
of
van
om m^ met goed succes
gelukte het zoo óók U, ongetwijfeld,
al
een
niet
VAN ÏOORENENBERGEN.
mij door Professor R. Fruin per brief meegedeeld, dat er
king,
geschil,
op
erken ik
mijn
in
en daar een fout beging,
hier
J,
indien ik niet, hetzij in de vaststelling, hetzij in
zijn,
van
groepeering
de
reeds
ik
J.
mgn
positie in het hoofdgeschil
nog
in niets verzwakt.
Zóó weinig verzwakt, dat Gij een breede reeks van voor
argumenten
doodelijke
reeds
den
alleen
eenvoudig onbesproken liggen zoozeer tegen
indruk
LF
liet
;
uw beweren en daardoor
kreegt, dat de deskundigen,
eenstemmig verklaarden: »0p het hoofdpunt blijft het pleit voor Dr. Van Toorenenbergen verloren V', en er niet één enkel getuige, zelfs onder uw warmste vrienden en bewonderaars is opgestaan, die
die
raadpleegde,
ik
U
als
overwinnaar
in
dit
Ja, zóó ongunstig bleef,
U,
dat
zelfs
geding dorst uitroepen.
wat het hoofdpunt aangaat,
de redacteur der Kerkelijke Courant
;
partijdige voorliefde voor de Gereformeerden iets ten
ten
goede voor
mij,
duiden
zal
;
zich
die indruk tegen
die heusch nooit uit
kwade tegen
U
en
ditmaal door de klare evidentie
verwonnen gevoelde, dat ook hij openlijk verklaren kwam: »Van Kuypers ongelgk op het hoofdpunt heeft Van Tooderwijs in zijn consciëntie
renenbergen ons
7iiet
overtuigd
!'^
Waartoe zou het dan dienen, zeer waarde Broeder, dat ik nog verder de aandacht van het publiek bleef vermoeien met een opnieuw oprakelen van al de bijzonderheden, in dit ingewikkeld geding voorkomende? Men schrijft toch immers om het publiek te overtuigen ? Wat zou ik dan, nu het deskundig publiek ten deze een overtuiging te mijnen faveure bezit, in het *prêc/ier des convertis" kracht gaan verspillen, en nogmaals in breed requisitoir de namen van Walaeus c. s. voor der Gereformeerden zienswijze opeischén nu ieder ;
mg
de autoriteit van hun historisch gezag
En
te
schoone
minder nog vind lei
zichtigheid
ik
— behalve Gg natuurlijk —
laat.
nogmaals afwisschen van een reeds
tot dit
oorzaak, nu Gij zelf in de tweede plaats de mindere voorbegiugt,
om
door
een
quaestie loopt, mij, uiteraard tégen
verzetten
uw
van
de
spil
waarom de
bedoeling, op zoo voor mij ver-
rassende wgze in de hand te werken.
Immers op de manier
iler
in
pleitgediugen ervarene lieden, begint Gij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's